14.4.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 109/28
Beroep ingesteld op 17 februari 2012 — Bank Mellat/Raad
(Zaak T-72/12)
2012/C 109/58
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekster: Bank Mellat (Teheran, Iran) (vertegenwoordigers: S. Zaiwalla, P. Reddy en F. Zaiwalla, Solicitors, M. Brindle, QC (Queen’s Counsel), en R. Blakeley, Barrister)
Verweerder: Raad van de Europese Unie
Conclusies
Verzoekster verzoekt het Gerecht:
—
besluit 2011/783/GBVB van de Raad (1) en uitvoeringsverordening (EU) nr. 1245/2011 van de Raad (2) nietig te verklaren voor zover zij van toepassing zijn op verzoekster; en
—
te verklaren dat de artikelen 19, lid 1, sub b, en 20, lid 1, sub b, van besluit 2010/413/GBVB van de Raad (3) en artikel 16, lid 2, van verordening (EU) nr. 961/2010 van de Raad (4) niet van toepassing zijn op verzoekster;
—
vast te stellen dat artikel 60, lid 2, van het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie niet van toepassing is op de nietigverklaring van verzoeksters vermelding op de lijst; en
—
verweerder te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster vier middelen aan.
1)
Eerste middel:
—
er is niet voldaan aan de wezenlijke criteria voor plaatsing op een lijst op grond van besluit 2010/413/GBVB van de Raad en verordening (EU) nr. 961/2010 van de Raad wat verzoekster betreft en/of verweerder heeft een kennelijke beoordelingsfout begaan bij de bepaling of aan deze criteria was voldaan toen hij verzoekster op de lijst plaatste.
2)
Tweede middel:
—
de voortdurende vermelding van verzoekster op een lijst is in strijd met haar eigendomsrechten en met het evenredigheidsbeginsel.
3)
Derde middel:
—
door de voortdurende vermelding van verzoekster op een lijst heeft verweerder het vormvoorschrift geschonden om: (i) een toereikende motivering te geven; en (ii) het recht van verdediging en het recht op een doeltreffende voorziening in rechte te eerbiedigen.
4)
Vierde middel:
—
voor zover verzoekster in zaak T-496/10 Bank Mellat/Raad in het gelijk wordt gesteld, moet zij ook in deze zaak in het gelijk worden gesteld.
(1) Besluit 2011/783/GBVB van de Raad van 1 december 2011 houdende wijziging van besluit 2010/413/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Iran (PB 2011, L 319, blz. 71).
(2) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1245/2011 van de Raad van 1 december 2011 houdende uitvoering van verordening (EU) nr. 961/2010 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran (PB 2011, L 319, blz. 11).
(3) Besluit van de Raad van 26 juli 2010 betreffende beperkende maatregelen tegen Iran en tot intrekking van Gemeenschappelijk Standpunt 2007/140/GBVB (PB 2010, L 195, blz. 39).
(4) Verordening (EU) nr. 961/2010 van de Raad van 25 oktober 2010 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran en tot intrekking van verordening (EG) nr. 423/2007 (PB 2010, L 281, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy