8.9.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 273/10
Beroep ingesteld op 22 mei 2012 — MPM-Quality en EUTECH/BHIM — Elton hodinářská (MANUFACTURE PRIM 1949)
(Zaak T-215/12)
2012/C 273/18
Taal van het verzoekschrift: Tsjechisch
Partijen
Verzoekende partijen: MPM-QUALITY v.o.s. (Frýdek-Místek, Tsjechische Republiek) en EUTECH akciová společnost (Šternberk, Tsjechische Republiek) (vertegenwoordiger: M. Kyjovský, advocaat)
Verwerende partij: Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen)
Andere partij voor de kamer van beroep: Elton hodinářská, a.s.
Conclusies
De verzoekende partijen verzoeken het Gerecht:
—
de beslissing van de vierde kamer van beroep van het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) van 5 maart 2012 in zaak R 826/2010-4 te vernietigen;
—
verweerder te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ingeschreven gemeenschapsmerk waarvan nietigverklaring wordt gevorderd: het onder nr. 3531662 ingeschreven samengestelde merk „MANUFACTURE PRIM 1949” voor waren en diensten van de klassen 9, 14 en 35
Houder van het gemeenschapsmerk: Elton hodinářská, a.s.
Partij die nietigverklaring van het gemeenschapsmerk vordert: verzoeksters
Motivering van de vordering tot nietigverklaring: vordering op basis van artikel 51, lid 1, sub b, juncto de artikelen 8, lid 1, sub a en b, en lid 5, en 52, lid 1, sub b, van verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad
Beslissing van de nietigheidsafdeling: afwijzing van de vordering
Beslissing van de kamer van beroep: verwerping van het beroep
Aangevoerde middelen: verzoeksters voeren aan dat de kamer van beroep artikel 8, lid 1, sub a en b, en lid 5, alsook artikel 52, lid 1, sub b, van verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad (hierna: „verordening”) heeft geschonden door:
—
de bewijslast in de zin van de artikelen 54 en 165, lid 4, van de verordening onjuist op te vatten;
—
de rechtspraak van het Hof van Justitie onjuist toe te passen;
—
geen rekening te houden met de wezenlijke exploitatie, de bekendheid en het gebruik van het internationale merk, die relevant zijn voor de perceptie van het teken PRIM door de relevante consument;
—
artikel 55 juncto artikel 41 van de verordening onjuist toe te passen door te stellen dat de oudere rechten op het teken aan dezelfde houder moeten toebehoren;
—
geen rekening te houden met de door verzoeksters aangevoerde feiten en bewijzen, aan deze bewijzen geen belang te hechten en een aantal van deze bewijzen (zoals de licentieovereenkomsten) helemaal niet te onderzoeken;
—
geen rekening te houden met het feit dat er in de Europese Unie reeds identieke merken met het woordelement „PRIM” zijn ingeschreven.
Full & Egal Universal Law Academy