11.8.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 243/30
Beroep ingesteld op 12 juni 2012 — Panalpina Welttransport e.a./Commissie
(Zaak T-270/12)
2012/C 243/53
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partijen: Panalpina Welttransport (Holding) AG (Bazel, Zwitserland), Panalpina Management AG (Bazel, Zwitserland) en Panalpina China Ltd (Hong Kong, China) (vertegenwoordigers: S. Mobley, A. Stratakis, T. Grimmer en B. Smith, solicitors)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
De verzoekende partijen verzoeken het Gerecht:
—
de beschikking van de Commissie van 28 maart 2012 betreffende een procedure op grond van artikel 101 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 53 van de EER-Overeenkomst (zaak COMP/39.462-Vrachtvervoer) in haar geheel nietig te verklaren, voor zover zij verzoeksters betreft;
—
subsidiair:
—
voor zover het (Gerecht) verzoeksters’ eerste en/of tweede middel gegrond verklaart, artikel 2, leden 2, 3 en 4, van de beschikking te wijzigen voor zover zij verzoeksters betreffen, teneinde de bij deze bepalingen aan verzoeksters opgelegde geldboete in te trekken of, subsidiair, het bedrag ervan te verlagen;
—
voor zover het (Gerecht) verzoeksters’ derde middel gegrond verklaart, artikel 1, lid 2, sub f, van de beschikking nietig te verklaren of te wijzigen, zodat zij de verkorte duur van de inbreuk weerspiegelt, en als gevolg daarvan artikel 2, lid 2, van de beschikking te wijzigen voor zover het verzoeksters betreft, teneinde de bij deze bepaling aan verzoeksters opgelegde geldboete in te trekken of te verlagen; en
—
voor zover het (Gerecht) verzoeksters’ vierde middel gegrond verklaart, artikel 2, leden 2, 3 en 4, van de beschikking te wijzigen voor zover zij verzoeksters betreffen, teneinde de bij deze bepaling aan verzoeksters opgelegde geldboete in te trekken of, subsidiair, het bedrag ervan te verlagen, en hoe dan ook
—
de Commissie te verwijzen in haar eigen kosten en in die van verzoeksters.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van hun beroep voeren verzoeksters vier middelen aan.
1)
De Commissie is afgeweken van haar praktijk, heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, is haar motiveringsplicht niet nagekomen en heeft het evenredigheids- en het gelijkheidsbeginsel geschonden bij de vaststelling van het basisbedrag van de geldboete, door de „waarde van de verkochte goederen of diensten” met betrekking tot de inbreuk te berekenen op basis van het totale aantal goederen of diensten dat aan klanten in de EER is verkocht.
2)
De Commissie is afgeweken van haar praktijk, heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, is haar motiveringsplicht niet nagekomen en heeft het evenredigheids- en het gelijkheidsbeginsel geschonden bij de vaststelling van het basisbedrag van de geldboete, doordat zij heeft nagelaten om de bijzonderheden van het geval en de aard van de betrokken sector in aanmerking te nemen (met inbegrip van de impact van het Air Cargo-kartel).
3)
De Commissie heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door te besluiten dat zij bevoegd was ten aanzien van schendingen van het „advanced manifest system” (AMS) die hebben plaatsgevonden vóór 1 mei 2004.
4)
De Commissie is afgeweken van haar praktijk door haar beoordelingsbevoegdheid in verband met de schikkingsprocedure onjuist toe te passen.
Full & Egal Universal Law Academy