11.8.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 243/32
Beroep ingesteld op 25 juni 2012 — S.I.C.O.M./Commissie
(Zaak T-279/12)
2012/C 243/56
Procestaal: Italiaans
Partijen
Verzoekende partij: S.I.C.O.M. Srl — Società industriale per il confezionamento degli olii meridionale (Cercola, Italië) (vertegenwoordiger: R. Manzi, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
vaststellen dat de Commissie S.I.C.O.M. Srl in liquidatie een bedrag van 24 338,10 EUR schuldig is, vermeerderd met rente en na een waardeaanpassing voor de inflatie, te berekenen volgens artikel 18, lid 7, van verordening nr. 2519/1997 van de Commissie, of het bedrag dat het Gerecht passend acht, en de Commissie bijgevolg te veroordelen tot betaling van de aldus geliquideerde bedragen;
—
de Commissie bijgevolg verwijzen in de kosten, rechten en honoraria van het geding, vermeerderd met btw, bijdrage aan de pensioenkas voor rechtshulpverleners en forfaitaire vergoeding van 12,5 %.
Middelen en voornaamste argumenten
Verzoekster in de onderhavige zaak, aan wie in het kader van de toepassing van verordening (EG) nr. 664/2001 van de Commissie van 2 april 2001 inzake de levering van plantaardige olie als voedselhulp (PB L 93, blz. 3) actie nr. 35 is gegund voor de levering van 500 ton geraffineerde koolzaadolie, verpakt in blikken van 5 liter, franco bestemming Tombo PAM warehouse in Guinee, uiterlijk op 17 juni 2001, komt op tegen de boete voor te laat geleverde waren en de daaropvolgende boete voor niet geleverde waren die de Commissie op het te betalen bedrag heeft ingehouden.
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij de volgende middelen aan.
1)
Wat de boete wegens niet geleverde waren betreft, wordt aangevoerd dat 498,819 ton daadwerkelijk is geleverd, ofwel 1,435 ton minder dan in het aanbestedingsbericht was aangegeven. Verzoekster wijst in dat verband op de tolerantie van 1 % in artikel 17 van verordening (EG) nr. 2519/97 van de Commissie van 16 december 1997 tot vaststelling van algemene voorschriften op grond van verordening (EG) nr. 1292/96 van de Raad voor de beschikbaarstelling van als communautaire voedselhulp te leveren producten (PB L 346, blz. 23). Wat artikel 15 van deze verordening betreft, preciseert verzoekster dat in dit geval 498,819 ton daadwerkelijk aan de begunstigde is geleverd, zoals blijkt uit het leveringscertificaat; eventuele daaropvolgende gebeurtenissen waardoor het volume van de waren verminderd is, kunnen verzoekster niet worden aangerekend.
2)
Wat de boete voor te laat geleverde waren betreft, beroept verzoekster zich op overmacht als rechtvaardigingsgrond wegens vertraging van het motorschip dat betrokken was bij het laden in de haven van Napels en dientengevolge op de in artikel 14, lid 15, van verordening nr. 2519/97 bedoelde verlenging van de termijn met 30 dagen. In dit verband beroept verzoekster zich ook op de artikelen 22, lid 4, en 25 van deze verordening.
Full & Egal Universal Law Academy