22.9.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 287/35
Beroep ingesteld op 23 juli 2012 — ING Groep/Commissie
(Zaak T-332/12)
2012/C 287/65
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: ING Groep NV (Amsterdam, Nederland) (vertegenwoordigers: O. Brouwer, J. Blockx en N. Lorjé, lawyers)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
Het besluit van de Europese Commissie van 11 mei 2012 C(2012) 3150 final, Staatssteun SA.28855 (N 373/2009) (ex C 10/2009 en ex N 528/2008) Nederland ING — herstructureringssteun, nietig verklaren;
—
verweerster in de kosten te verwijzen.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij vier middelen aan.
1)
Eerste middel, ontleend aan schending van het beginsel van behoorlijk bestuur en het recht om te worden gehoord, doordat de Nederlandse Staat en ING niet zijn gehoord met betrekking tot de feiten en het standpunt en veronderstellingen van verweerster die relevant waren voor haar conclusie dat de wijziging van de voorwaarden voor de core-tier-1 kapitaalinjectie staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU vormde.
2)
Tweede middel, ontleend aan een onjuiste rechtsopvatting en een kennelijk onjuiste beoordeling bij de toepassing van het criterium van de particuliere investeerder in een markteconomie (MEIP) en het ontbreken van een passende redenering bij de kwalificatie van de wijziging van de core-tier-1 kapitaalinjectie als staatssteun en een verzwarende factor bij haar beoordeling van de compenserende maatregelen.
3)
Derde middel, ontleend aan schending van artikel 107, lid 3, sub b, VWEU, de beginselen van behoorlijk bestuur, evenredigheid, rechtszekerheid en gelijke behandeling en de motiveringsplicht, doordat het bedrag van de steun niet in de beschouwing is betrokken bij de beoordeling van de compenserende maatregelen en doordat een onjuiste berekening is gemaakt van het relatieve steunbedrag en de omstandigheden waaronder de steun is toegekend bij de beoordeling van de compenserende maatregelen.
4)
Vierde middel, ontleend aan schending van artikel artikel 107, lid 3, sub b, VWEU, de beginselen van behoorlijk bestuur en evenredigheid en de motiveringsplicht, doordat het verbod op prijsleiderschap rechtens bindend is gemaakt voor ING.
Full & Egal Universal Law Academy