2.2.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 32/19
Beroep ingesteld op 20 november 2012 — Slovenië/Commissie
(Zaak T-507/12)
2013/C 32/30
Procestaal: Sloveens
Partijen
Verzoekende partij: Republiek Slovenië (vertegenwoordigers: V. Klemenc, državna pravobranilka, en A. Grum, pomočnica državne pravobranilke)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
het besluit van de Commissie van 19 oktober 2012 betreffende maatregelen ten behoeve van de onderneming ELAN d.o.o., SA.26379 (C 13/2010) (ex NN 17/2010) nietig verklaren, dat door de Commissie aan Slovenië ter kennis is gebracht bij brief nr. SG-Greffe(2012) D/14375 van 20 september 2012 en waarin met name in artikel 2 ervan is besloten dat Slovenië in 2008 onrechtmatig staatsteun heeft toegekend aan Elan in de vorm van een kapitaalinjectie voor een bedrag van 10 miljoen EUR, in strijd met artikel 108, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, zodat Slovenië verplicht is de steun van de begunstigde terug te vorderen;
—
de Commissie verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster twee middelen aan.
1)
Eerste middel: de Commissie heeft in het bestreden besluit de artikelen 107, lid 1, VWEU en 345 VWEU onjuist toegepast en ook de wezenlijke vormvereisten geschonden, aangezien zij de feiten onjuist heeft beoordeeld en het betrokken besluit onvoldoende en/of onjuist heeft gemotiveerd wat de vraag betreft of de Republiek Slovenië kan worden verweten in 2008 een kapitaalinjectie te hebben toegediend.
Verzoekster is van mening dat de Commissie in strijd met de artikelen 107, lid 1, VWEU en 345 VWEU heeft besloten dat de handelwijze van de vennoten van Elan bij de door haar in 2008 toegediende kapitaalinjectie aan de Republiek Slovenië kan worden toegerekend. Daarvoor heeft de Commissie gesteund op het feit dat de Staat, als eigenaar de raad van commissarissen benoemt. Met dit argument benadeelt de Commissie volgens verzoekster het duale stelsel van bestuur van overheidsbedrijven.
Het bestreden besluit is onvoldoende gemotiveerd — te weten zonder relevante en voldoende redenen — en is tevens onjuist gemotiveerd voor zover de Commissie betoogt dat er ernstige aanwijzingen bestaan die wijzen op een nauwe betrokkenheid van de Staat bij de besluitvorming van een kapitaalvennootschap (Kapitalska družba, KAD) en van een vennootschap voor consultancy en bestuur (Družba za svetovanje in upravljanje, DSU). Haar argumenten berusten namelijk alleen op onbetrouwbare bewijzen en op bewijzen „van horen zeggen”. Het bestreden besluit bevat evenmin ook maar enige motivering aangaande de andere vennoten van Elan, aan wie de Commissie alleen vergelijkbare gedragingen verwijt. Volgens verzoekster vormen de door de Commissie in het bestreden besluit vermelde aanwijzingen geen indicatoren die wijzen op betrokkenheid van de autoriteiten bij het vaststellen van de maatregel van een kapitaalinjectie ten behoeve van Elan in 2008 in de zin van de rechtspraak van het Hof en van het Gerecht.
2)
Tweede middel: de Commissie heeft in het bestreden besluit artikel 107, lid 1, VWEU onjuist toegepast en ook de wezenlijke vormvereisten geschonden, aangezien zij de feiten onjuist heeft beoordeeld en het betrokken besluit onvoldoende of onjuist heeft gemotiveerd wat de conclusie betreft dat de kapitaalinjectie ten behoeve van Elan van 2008 niet is verricht volgens het beginsel van de particuliere investeerder in een markteconomie, zodat aan de onderneming Elan een selectief voordeel is verleend.
Verzoekster voert in haar beroep aan dat de kapitaalinjectie van Elan in 2008 is verricht in overeenstemming met het beginsel van de verstandige particuliere investeerder in een markteconomie aangezien de vennoten zich bij het besluitvormingproces inzake de kapitaalinjectie hebben gebaseerd op een beoordeling van de onderneming waarbij voldoende rekening is gehouden met de verslechtering van de commerciële activiteit van Elan gedurende het overgrote deel van het winterseizoen 2007/2008 en dus ook gedurende het eerste trimester van 2008. De verslechtering van de zaken in 2008 is ook niet zo drastisch geweest dat daardoor kon worden afgedaan aan de betrouwbaarheid van een schatting van de waarde van de onderneming. De vennoten hebben hun beslissing genomen als langdurige aandeelhouders van de onderneming, die slechts tijdelijk problemen heeft gekend, maar die lange tijd in staat is geweest om niet louter te overleven, maar meermaals zelfs winstgevend was op de markt. De Commissie heeft in het bestreden besluit niet voldoende verduidelijkt waarom de waarde van de onderneming op selectieve wijze is beoordeeld en heeft aldus arbitrair gehandeld.
Full & Egal Universal Law Academy