5.5.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 135/13
Arrest van het Hof (Achtste kamer) van 13 maart 2014 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Sąd Rejonowy w Białymstoku — Polen) — Małgorzata Nierodzik/Samodzielny Publiczny Psychiatryczny Zakład Opieki Zdrowotnej im. dr Stanisława Deresza w Choroszczy
(Zaak C-38/13) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Sociale politiek - Richtlijn 1999/70/EG - Raamovereenkomst EVV, UNICE en CEEP inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd - Clausule 4 - Begrip „arbeidsvoorwaarden” - Opzegtermijn voor arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd - Verschil in behandeling met werknemers in vaste dienst))
2014/C 135/13
Procestaal: Pools
Verwijzende rechter
Sąd Rejonowy w Białymstoku
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Małgorzata Nierodzik
Verwerende partij: Samodzielny Publiczny Psychiatryczny Zakład Opieki Zdrowotnej im. dr Stanisława Deresza w Choroszczy
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Sąd Rejonowy w Białymstoku — Uitlegging van artikel 1 van richtlijn 1999/70/EG van de Raad van 28 juni 1999 betreffende de door het EVV, de UNICE en het CEPP gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd (PB L 175, blz. 43) en van clausules 1 en 4 van de bijlage bij deze richtlijn — Nationale regeling die voor arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd in minder gunstige opzegtermijnen voorziet dan voor arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd
Dictum
Clausule 4, punt 1, van de op 18 maart 1999 gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, die is opgenomen in de bijlage bij richtlijn 1999/70/EG van de Raad van 28 juni 1999 betreffende de door het EVV, de UNICE en het CEEP gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, moet aldus worden uitgelegd dat zij zich verzet tegen een nationale regeling als aan de orde in het hoofdgeding, die bepaalt dat arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd met een looptijd van meer dan zes maanden kunnen worden opgezegd met een vaste opzegtermijn van twee weken, ongeacht de anciënniteit van de betrokken werknemer, terwijl de duur van de opzegtermijn voor arbeidsovereenkomsten voor onbetaalde tijd is vastgelegd op basis van de anciënniteit van de betrokken werknemer en kan variëren van twee weken tot drie maanden, wanneer deze twee categorieën van werknemers zich in vergelijkbare situaties bevinden.
(1) PB C 141 van 18.05.2013.
Full & Egal Universal Law Academy