25.8.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 282/9
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 12 juni 2014 (verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door het Gerechtshof Amsterdam — Nederland) — Inspecteur van de Belastingdienst/Noord/kantoor Groningen/SCA Group Holding BV (C-39/13), SCA, X AG e.a./Inspecteur van de Belastingdienst Amsterdam (C-40/13), Inspecteur van de Belastingdienst Holland-Noord/kantoor Zaandam/MSA International Holdings BV, MSA Nederland BV (C-41/13)
(Gevoegde zaken C-39/13, C-40/13 en C-41/13) (1)
((Vrijheid van vestiging - Vennootschapsbelasting - Fiscale eenheid van vennootschappen van zelfde groep - Verzoek - Gronden voor weigering - Ligging van de zetel van een of meer tussenvennootschappen of van de moedervennootschap in een andere lidstaat - Geen vaste inrichting in de heffingsstaat))
2014/C 282/12
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Gerechtshof Amsterdam
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Inspecteur van de Belastingdienst/Noord/kantoor Groningen (C-39/13), X AG, X1 Holding GmbH, X2 Holding GmbH, X3 Holding GmbH, D1 BV, D2 BV, D3 BV (C-40/13), Inspecteur van de Belastingdienst Holland-Noord/kantoor Zaandam (C-41/13)
Verwerende partijen: SCA Group Holding BV (C-39/13), Inspecteur van de Belastingdienst Amsterdam (C-40/13), MSA International Holdings BV, MSA Nederland BV (C-41/13)
Dictum
1)
In de zaken C-39/13 en C-41/13 moeten de artikelen 49 VWEU en 54 VWEU aldus worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een wettelijke regeling van een lidstaat volgens welke een ingezeten moedervennootschap een fiscale eenheid met een ingezeten kleindochteronderneming kan vormen wanneer zij deze kleindochter bezit via een of meer ingezeten vennootschappen, doch niet wanneer zij deze kleindochter bezit via niet-ingezeten vennootschappen zonder vaste inrichting in deze lidstaat.
2)
In zaak C-40/13 moeten de artikelen 49 VWEU en 54 VWEU aldus worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een wettelijke regeling van een lidstaat volgens welke toepassing van de regeling van de fiscale eenheid wordt toegekend aan een ingezeten moedervennootschap met ingezeten dochterondernemingen, maar toepassing van deze regeling wordt onthouden aan ingezeten zustervennootschappen waarvan de gemeenschappelijke moedervennootschap niet in deze lidstaat is gevestigd en aldaar niet over een vaste inrichting beschikt.
(1) PB C 123 van 27.4.2013.
Full & Egal Universal Law Academy