4.8.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 253/9
Arrest van het Hof (Zesde kamer) van 22 mei 2014 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Szegedi Ítélőtábla — Hongarije) — Érsekcsanádi Mezőgazdasági Zrt/Bács-Kiskun Megyei Kormányhivatal
(Zaak C-56/13) (1)
((Richtlijnen 92/40/EEG en 2005/94/EG - Beschikkingen 2006/105/EG en 2006/115/EG - Handvest van de grondrechten van de Europese Unie - Artikelen 16, 17 en 47 - Maatregelen ter bestrijding van aviaire influenza - Vergoeding van schade))
2014/C 253/12
Procestaal: Hongaars
Verwijzende rechter
Szegedi Ítélőtábla
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Érsekcsanádi Mezőgazdasági Zrt
Verwerende partij: Bács-Kiskun Megyei Kormányhivatal
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Szegedi Ítélőtábla — Uitlegging van richtlijn 92/40/EEG van de Raad van 19 mei 1992 tot vaststelling van communautaire maatregelen voor de bestrijding van aviaire influenza (PB L 167, blz. 1) en van richtlijn 2005/94/EG van de Raad van 20 december 2005 betreffende communautaire maatregelen ter bestrijding van aviaire influenza en tot intrekking van richtlijn 92/40/EEG (PB L 10, blz. 16) — Veeteeltbedrijf dat zich onder meer bezighoudt met het vetmesten van kalkoenen, waaraan de toestemming is geweigerd om mestkalkoenen over te brengen naar een opfoklokaal dat is gelegen in een bij administratief besluit tegen aviaire influenza afgebakend beschermings- en toezichtsgebied — Vergoeding van de schade die particulieren hebben geleden ten gevolge van de tijdelijke beschermingsmaatregelen die zijn genomen ter uitvoering van rechtshandelingen van het Unierecht
Dictum
1)
De beschikkingen 2006/105/EG van de Commissie van 15 februari 2006 tot vaststelling van bepaalde tijdelijke beschermende maatregelen in verband met vermoede gevallen van hoogpathogene aviaire influenza onder wilde vogels in Hongarije, en 2006/115/EG van de Commissie van 17 februari 2006 tot vaststelling van bepaalde beschermende maatregelen in verband met hoogpathogene aviaire influenza bij wilde vogels in de Gemeenschap en tot intrekking van de beschikkingen 2006/86/EG, 2006/90/EG, 2006/91/EG, 2006/94/EG, 2006/104/EG en 2006/105/EG, moeten aldus worden uitgelegd dat zij niet in de weg staan aan nationale maatregelen zoals de administratieve handelingen van 15 en 21 februari 2006, waarbij de instelling van een beschermingsgebied voor het administratieve grondgebied van Csátalja en Nagybaracska (Hongarije) werd gelast en de doorvoer van pluimvee in dat gebied werd verboden, en evenmin aan een administratief advies als dat van 23 februari 2006, waarbij een onderneming zoals verzoekster in het hoofdgeding de toelating werd geweigerd om kalkoenen onder te brengen in haar kwekerij te Nagybaracska.
2)
In de eerste plaats moeten de beschikkingen 2006/105 en 2006/115 aldus worden uitgelegd dat zij noch voorzien in noch verwijzen naar bepalingen waarmee wordt beoogd een regeling in te voeren voor de vergoeding van schade ten gevolge van de daarin neergelegde maatregelen, en in de tweede plaats is het Hof niet bevoegd om te beoordelen of een nationale wettelijke regeling zoals die in het hoofdgeding, die niet voorziet in volledige vergoeding van de schade — de gederfde winst daaronder begrepen — die is geleden ten gevolge van de vaststelling, overeenkomstig het Unierecht, van nationale beschermingsmaatregelen tegen aviaire influenza, rechtsgeldig is in het licht van het recht op een doeltreffende voorziening in rechte, het recht op eigendom en de vrijheid van ondernemerschap.
(1) PB C 147 van 25.5.2013.
Full & Egal Universal Law Academy