25.8.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 282/10
Arrest van het Hof (Zesde kamer) van 12 juni 2014 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesfinanzhof — Duitsland) — SEK Zollagentur GmbH/Hauptzollamt Gießen
(Zaak C-75/13) (1)
((Douane-unie en gemeenschappelijk douanetarief - Onttrekking aan douanetoezicht van aan rechten bij invoer onderworpen goederen - Ontstaan van douaneschuld))
2014/C 282/14
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Bundesfinanzhof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: SEK Zollagentur GmbH
Verwerende partij: Hauptzollamt Gießen
Dictum
1)
De artikelen 50 en 203 van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 648/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 13 april 2005, moeten in die zin worden uitgelegd dat een in tijdelijke opslag geplaatst goed moet worden geacht aan het douanetoezicht te zijn onttrokken indien het voor de regeling extern communautair douanevervoer is aangegeven, maar de opslag niet verlaat en niet wordt aangebracht bij het douanekantoor van bestemming, terwijl de documenten voor douanevervoer daar wel zijn aangebracht.
2)
Artikel 203, lid 3, vierde streepje, van verordening nr. 2913/92, zoals gewijzigd bij verordening nr. 648/2005, moet in die zin worden uitgelegd dat in geval van onttrekking van een goed aan het douanetoezicht, in omstandigheden als die van het hoofdgeding, de persoon die als toegelaten afzender dat goed onder de regeling extern communautair douanevervoer heeft geplaatst, krachtens die bepaling schuldenaar is.
(1) PB C 147 van 25.5.2013.
Full & Egal Universal Law Academy