4.8.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 253/10
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 5 juni 2014 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het College van Beroep voor het bedrijfsleven — Nederland) — P. J. Vonk Noordegraaf/Staatssecretaris van Economische Zaken
(Zaak C-105/13) (1)
([Landbouw - Gemeenschappelijk landbouwbeleid - Bedrijfstoeslagregeling - Verordening (EG) nr. 73/2009 - Artikelen 34, 36 en 137 - Toeslagrechten - Berekeningsgrondslag - Premies betaald voor vee en percelen waarover landbouwer tijdens de referentieperiode beschikte - Wijziging van de wijze waarop de oppervlakte van percelen landbouwgrond wordt vastgesteld - Verlaging van het aantal subsidiabele hectaren - Verzoek van landbouwer om verlaging van diens aantal toeslagrechten en verhoging van het bedrag per toeslagrecht - Verordening (EG) nr. 796/2004 - Artikel 73 bis, lid 2 bis - Toelaatbaarheid])
2014/C 253/13
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: P. J. Vonk Noordegraaf
Verwerende partij: Staatssecretaris van Economische Zaken
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — College van Beroep voor het bedrijfsleven — Uitlegging van de artikelen 34, 36 en 137 van verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad van 19 januari 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening aan landbouwers in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers, tot wijziging van verordeningen (EG) nr. 1290/2005, (EG) nr. 247/2006, (EG) nr. 378/2007 en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1782/2003 (PB L 30, blz. 16) — Regelingen inzake rechtstreekse steunverlening — Bedrijfstoeslagregeling — Landbouwer die in 2006 toeslagrechten heeft verkregen op basis van zijn niet-grondgebonden productie en zijn percelen — Latere wijziging van methode voor de identificatie van de percelen — Verlaging van subsidiabele hectaren
Dictum
Artikel 73 bis, lid 2 bis, van verordening (EG) nr. 796/2004 van de Commissie van 21 april 2004 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de randvoorwaarden, de modulatie en het geïntegreerd beheers en controlesysteem waarin is voorzien bij de verordeningen (EG) nr. 1782/2003 en (EG) nr. 73/2009 van de Raad, en inzake de randvoorwaarden waarin is voorzien bij verordening (EG) nr. 479/2008 van de Raad, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 380/2009 van de Commissie van 8 mei 2009, moet aldus worden uitgelegd dat de toeslagrechten van een landbouwer opnieuw moeten worden berekend wanneer het referentiebedrag van die landbouwer bij de aanvankelijke vaststelling van zijn toeslagrechten door een te groot aantal hectaren is gedeeld als gevolg van de toen in de betrokken lidstaat toegepaste wijze van vaststelling van de oppervlakte van percelen landbouwgrond. Artikel 137 van verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad van 19 januari 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening aan landbouwers in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers, tot wijziging van verordeningen (EG) nr. 1290/2005, (EG) nr. 247/2006, (EG) nr. 378/2007 en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1782/2003, is niet van toepassing op een correctie op grond van artikel 73 bis, lid 2 bis, van verordening nr. 796/2004.
(1) PB C 147 van 25.5.2013.
Full & Egal Universal Law Academy