10.11.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 395/10
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 4 september 2014 (verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door het Amtsgericht Wedding — Duitsland) — eco cosmetics GmbH & Co. KG/Virginie Laetitia Barbara Dupuy (C-119/13), Raiffeisenbank St. Georgen reg. Gen. mbH/Tetyana Bonchyk (C-120/13)
(Gevoegde zaken C-119/13 en C-120/13) (1)
([Prejudiciële verwijzing - Justitiële samenwerking in burgerlijke zaken - Verordening (EG) nr. 1896/2006 - Europese betalingsbevelprocedure - Geen geldige betekening of kennisgeving - Gevolgen - Uitvoerbaar verklaard Europees betalingsbevel - Verweer - Heroverweging in uitzonderingsgevallen - Termijnen])
2014/C 395/12
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Amtsgericht Wedding
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: eco cosmetics GmbH & Co. KG (C-119/13), Raiffeisenbank St. Georgen reg. Gen. mbH (C-120/13)
Verwerende partijen: Virginie Laetitia Barbara Dupuy (C-119/13), Tetyana Bonchyk (C-120/13)
Dictum
Verordening (EG) nr. 1896/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 tot invoering van een Europese betalingsbevelprocedure moet aldus worden uitgelegd dat de in de artikelen 16 tot en met 20 van deze verordening bedoelde procedures niet van toepassing zijn wanneer blijkt dat een Europees betalingsbevel niet overeenkomstig de minimumnormen van de artikelen 13 tot en met 15 van deze verordening is betekend of ter kennis gebracht.
Indien een dergelijke onregelmatigheid pas aan het licht komt nadat het Europese betalingsbevel uitvoerbaar is verklaard, moet de verweerder in staat worden gesteld om op te komen tegen die onregelmatigheid. Wanneer deze onregelmatigheid genoegzaam wordt aangetoond, brengt zij de ongeldigheid van de uitvoerbaarverklaring mee.
(1) PB C 164 van 8.6.2013.
Full & Egal Universal Law Academy