5.5.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 135/15
Arrest van het Hof (Zesde kamer) van 13 maart 2014 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Landgericht Köln — Duitsland) — Zentrale zur Bekämpfung unlauteren Wettbewerbs eV/ILME GmbH
(Zaak C-132/13) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Onderlinge aanpassing van wetgeving - Richtlijn 2006/95/EG - Begrip „elektrisch materiaal” - CE-markering van overeenstemming - Behuizingen voor meerpolige connectoren))
2014/C 135/16
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Landgericht Köln
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Zentrale zur Bekämpfung unlauteren Wettbewerbs eV
Verwerende partij: ILME GmbH
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Landgericht Köln — Uitlegging van de artikelen 1, 8 en 10 en van de bijlagen II tot en met IV van richtlijn 2006/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke voorschriften der lidstaten inzake elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen (PB L 374, blz. 10) — Begrip „elektrisch materiaal” — Verbod om CE-markering aan te brengen op behuizingen voor meerpolige connectoren die als onderdelen worden verkocht
Dictum
Artikel 1 van richtlijn 2006/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke voorschriften der lidstaten inzake elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen moet aldus worden uitgelegd dat de behuizingen van multipolaire connectoren voor industrieel gebruik als aan de orde in het hoofdgeding onder het begrip „elektrisch materiaal” in de zin van deze bepaling vallen, zodat daarop de CE-markering moet worden aangebracht, voor zover hun correcte inbouw overeenkomstig hun bestemming in geen geval ertoe kan leiden dat zij niet langer voldoen aan de veiligheidseisen waarop zij zijn gecontroleerd.
(1) PB C 164 van 8.6.2013.
Full & Egal Universal Law Academy