27.4.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 138/5
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 26 februari 2015 (verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door de Hoge Raad der Nederlanden) — VDP Dental Laboratory NV/Staatssecretaris van Financiën (C-144/13), Staatssecretaris van Financiën/X BV (C-154/13), Nobel Biocare Nederland BV (C-160/13)
(Gevoegde zaken C-144/13, C-154/13 en C-160/13) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Belasting over de toegevoegde waarde - Aftrek - Vrijstellingen - Levering van tandprothesen))
(2015/C 138/05)
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Hoge Raad der Nederlanden
Partijen in de hoofdgedingen
Verzoekende partijen: VDP Dental Laboratory NV (C-144/13), Staatssecretaris van Financiën (C-154/13, C-160/13)
Verwerende partijen: Staatssecretaris van Financiën (C-144/13), X BV (C-154/13), Nobel Biocare Nederland BV (C-160/13)
Dictum
1)
Artikel 168 van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, zoals gewijzigd bij richtlijn 2007/75/EG van de Raad van 20 december 2007, moet aldus worden uitgelegd dat wanneer een vrijstelling van belasting over de toegevoegde waarde naar nationaal recht onverenigbaar is met richtlijn 2006/112, zoals gewijzigd bij richtlijn 2007/75, een belastingplichtige niet op grond van voormeld artikel 168 in aanmerking kan komen voor die vrijstelling en tevens aanspraak kan maken op het recht op aftrek.
2)
De artikelen 140, onder a) en b), en 143, lid 1, onder a), van richtlijn 2006/112, zoals gewijzigd bij richtlijn 2007/75, moeten aldus worden uitgelegd dat de vrijstelling van belasting over de toegevoegde waarde die erin is opgenomen geldt voor de intracommunautaire verwerving en de definitieve invoer van door tandartsen en tandtechnici geleverde tandprothesen, wanneer de lidstaat van levering of invoer geen gebruik heeft gemaakt van de overgangsregeling van artikel 370 van richtlijn 2006/112, zoals gewijzigd bij richtlijn 2007/75.
3)
Artikel 140, onder a) en b), van richtlijn 2006/112, zoals gewijzigd bij richtlijn 2007/75, moet aldus worden uitgelegd dat de in die bepaling opgenomen vrijstelling van belasting over de toegevoegde waarde ook geldt ingeval de intracommunautaire verwerving van tandprothesen afkomstig is uit een lidstaat die gebruik heeft gemaakt van de afwijkings- en overgangsregeling van artikel 370 van die richtlijn.
(1) PB C 178 van 22.6.2013.
Full & Egal Universal Law Academy