10.11.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 395/15
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 4 september 2014 — Europese Commissie/Bondsrepubliek Duitsland
(Zaak C-211/13) (1)
((Niet-nakoming - Artikel 63 VWEU - Vrij verkeer van kapitaal - Belasting op schenkingen en nalatenschappen - Nationale wettelijke regeling die voorziet in een hogere belastingvrije som wanneer de erflater, op het tijdstip van zijn overlijden, de schenker of de verkrijger op het grondgebied van de lidstaat woonden - Voorwerp van het beroep wegens niet-nakoming - Beperking - Rechtvaardiging))
2014/C 395/18
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: W. Mölls en W. Roels, gemachtigden)
Verwerende partij: Bondsrepubliek Duitsland (vertegenwoordigers: T. Henze en A. Wiedmann, gemachtigden)
Interveniënt aan de zijde van verwerende partij: Koninkrijk Spanje (vertegenwoordiger: A. Rubio González, gemachtigde)
Dictum
1)
Door wettelijke bepalingen vast te stellen en te handhaven op grond waarvan bij heffing van de erf- en schenkbelasting over een in Duitsland gelegen onroerend goed slechts een lagere belastingvrije som wordt toegekend wanneer de schenker, op datum van de schenking, of de erflater, op datum van zijn overlijden, en de verkrijger, op datum van het belastbare feit, in een andere lidstaat woonden, terwijl een aanzienlijk hogere belastingvrije som wordt toegekend wanneer ten minste één van beide betrokkenen op die data in Duitsland woonde, is de Bondsrepubliek Duitsland de krachtens artikel 63 VWEU op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2)
De Bondsrepubliek Duitsland wordt verwezen in de kosten.
3)
Het Koninkrijk Spanje draagt zijn eigen kosten.
(1) PB C 171 van 15.6.2013.
Full & Egal Universal Law Academy