15.9.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 315/14
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 10 juli 2014 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Consiglio di Stato — Italië) — Impresa Pizzarotti & C. Spa/Comune di Bari, Giunta comunale di Bari, Consiglio comunale di Bari
(Zaak C-213/13) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Overheidsopdrachten voor uitvoering van werken - Richtlijn 93/37/EEG - „Voorovereenkomst tot verhuur” van nog te bouwen gebouwen - Nationale rechterlijke beslissing die in gezag van gewijsde is gegaan - Draagwijdte van het beginsel van gezag van gewijsde in een met Unierecht onverenigbare situatie))
2014/C 315/20
Procestaal: Italiaans
Verwijzende rechter
Consiglio di Stato
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Impresa Pizzarotti & C. Spa
Verwerende partijen: Comune di Bari, Giunta comunale di Bari, Consiglio comunale di Bari
in tegenwoordigheid van: Complesso Residenziale Bari 2 Srl, Commissione di manutenzione della Corte d’appello di Bari, Giuseppe Albenzio, in de hoedanigheid van „commissario ad acta”, Ministero della Giustizia, Regione Puglia
Dictum
1)
Artikel 1, sub a, van richtlijn 93/37/EEG van de Raad van 14 juni 1993 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken, moet aldus worden uitgelegd dat een overeenkomst die als hoofdvoorwerp de verwezenlijking van een bouwwerk dat voldoet aan de door de aanbestedende dienst omschreven eisen heeft, een overheidsopdracht voor de uitvoering van werken vormt, die dus niet valt onder de uitsluiting bedoeld in artikel 1, sub a-iii, van richtlijn 92/50/EEG van de Raad van 18 juni 1992 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor dienstverlening, ook al omvat zij een verbintenis om het betrokken bouwwerk in verhuur te geven.
2)
Een nationale rechter, zoals de verwijzende rechter, die in laatste aanleg uitspraak heeft gedaan zonder het Hof van Justitie van de Europese Unie krachtens artikel 267 VWEU om een prejudiciële beslissing te verzoeken, moet hetzij het gewijsde in zijn beslissing die heeft geleid tot een met de Unieregelgeving op het gebied van de overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken onverenigbare situatie aanvullen, hetzij op die beslissing terugkomen om rekening te houden met een later door dat Hof aan die regelgeving gegeven uitlegging, voor zover het toepasselijke nationale procesrecht dit toestaat.
(1) PB C 207 van 20.7.2013.
Full & Egal Universal Law Academy