Gevoegde zaken C-226/13, C-245/13, C-247/13 en C-578/13: Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 11 juni 2015 (verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door het Landgericht Wiesbaden en het Landgericht Kiel — Duitsland) — Stefan Fahnenbrock (C-226/13), Holger Priestoph (C-245/13), Matteo Antonio Priestoph (C-245/13), Pia Antonia Priestoph (C-245/13), Rudolf Reznicek (C-247/13), Hans-Jürgen Kickler (C-578/13), Walther Wöhlk (C-578/13), Zahnärztekammer Schleswig-Holstein Versorgungswerk (C-578/13)/Hellenische Republik [Prejudiciële verwijzing — Justitiële samenwerking in burgerlijke zaken — Betekening en kennisgeving van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken — Verordening (EG) nr. 1393/2007 — Artikel 1, lid 1 — Begrip „burgerlijke of handelszaak” — Aansprakelijkheid van de staat voor „acta iure imperii”]
C2702015NL210120150611NL00022121
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 11 juni 2015 (verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door het Landgericht Wiesbaden en het Landgericht Kiel — Duitsland) — Stefan Fahnenbrock (C-226/13), Holger Priestoph (C-245/13), Matteo Antonio Priestoph (C-245/13), Pia Antonia Priestoph (C-245/13), Rudolf Reznicek (C-247/13), Hans-Jürgen Kickler (C-578/13), Walther Wöhlk (C-578/13), Zahnärztekammer Schleswig-Holstein Versorgungswerk (C-578/13)/Hellenische Republik
(Gevoegde zaken C-226/13, C-245/13, C-247/13 en C-578/13) ( 1 )
„[Prejudiciële verwijzing — Justitiële samenwerking in burgerlijke zaken — Betekening en kennisgeving van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken — Verordening (EG) nr. 1393/2007 — Artikel 1, lid 1 — Begrip „burgerlijke of handelszaak” — Aansprakelijkheid van de staat voor „acta iure imperii”]”2015/C 270/02Procestaal: Duits
Verwijzende rechters
Landgericht Wiesbaden, Landgericht Kiel
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Stefan Fahnenbrock (C-226/13), Holger Priestoph (C-245/13), Matteo Antonio Priestoph (C-245/13), Pia Antonia Priestoph (C-245/13), Rudolf Reznicek (C-247/13), Hans-Jürgen Kickler (C-578/13), Walther Wöhlk (C-578/13), Zahnärztekammer Schleswig-Holstein Versorgungswerk (C-578/13)
Verwerende partij: Hellenische Republik
Dictum
Artikel 1, lid 1, van verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1348/2000 van de Raad, moet aldus worden uitgelegd dat rechtsvorderingen als die welke in het hoofdgeding aan de orde zijn, die door particuliere houders van staatsobligaties zijn ingesteld tegen de uitgevende staat en strekken tot verkrijging van een vergoeding wegens het niet eerbiedigen van bezits- en eigendomsrechten, tot nakoming van de vervallen oorspronkelijke obligaties, en tot verkrijging van een schadevergoeding, binnen de werkingssfeer van deze verordening vallen, voor zover niet blijkt dat zij duidelijk geen burgerlijke of handelszaken zijn.
( 1 ) PB C 215 van 27.7.2013.
PB C 24 van 25.1.2014.
Full & Egal Universal Law Academy