8.12.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 439/7
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 23 oktober 2014 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Augstākās tiesas Senāts — Letland) — AS flyLAL-Lithuanian Airlines, in liquidatie/VAS Starptautiskā lidosta Riga, AS Air Baltic Corporation
(Zaak C-302/13) (1)
([Prejudiciële verwijzing - Verordening (EG) nr. 44/2001 - Artikel 31 - Verzoek om erkenning en tenuitvoerlegging van een beslissing tot het gelasten van voorlopige of bewarende maatregelen - Artikel 1, lid 1 - Werkingssfeer - Burgerlijke en handelszaken - Begrip - Verzoek om vergoeding van schade voortvloeiend uit beweerde schendingen van het mededingingsrecht van Europese Unie - Kortingen op luchthavenheffingen - Artikel 22, punt 2 - Uitsluitende bevoegdheden - Begrip - Geschil inzake vennootschappen en rechtspersonen - Besluit om kortingen te verlenen - Artikel 34, punt 1 - Gronden voor weigering van erkenning - Openbare orde van de aangezochte Staat])
(2014/C 439/09)
Procestaal: Lets
Verwijzende rechter
Augstākās tiesas Senāts
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: AS flyLAL-Lithuanian Airlines, in liquidatie
Verwerende partijen: VAS Starptautiskā lidosta Riga, AS Air Baltic Corporation
Dictum
1)
Artikel 1, lid 1, van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, moet aldus worden uitgelegd dat een vordering zoals die in het hoofdgeding, die ertoe strekt vergoeding te verkrijgen van schade als gevolg van beweerde inbreuken op het mededingingsrecht van de Unie, onder het begrip „burgerlijke en handelszaken” in de zin van die bepaling en daarmee onder het toepassingsgebied van deze verordening valt.
2)
Artikel 22, punt 2, van verordening nr. 44/2001 moet aldus worden uitgelegd dat een vordering zoals die aan de orde in het hoofdgeding, die ertoe strekt vergoeding te verkrijgen van schade als gevolg van beweerde inbreuken op het mededingingsrecht van de Unie, niet is te beschouwen als een procedure waarin de geldigheid van besluiten van organen van vennootschappen in de zin van die bepaling aan de orde is.
3)
Artikel 34, punt 1, van verordening nr. 44/2001 moet aldus worden uitgelegd dat noch de wijze van bepaling van de hoogte van de bedragen die gemoeid zijn met de voorlopige en bewarende maatregelen die zijn gelast bij een beslissing waarvan de erkenning en de tenuitvoerlegging worden gevorderd — wanneer de redenering die tot de bepaling van de hoogte van die bedragen heeft geleid kan worden gevolgd en ook al stond beroep open en is beroep ingesteld om een dergelijke berekening te betwisten — noch het enkel inroepen van ernstige economische gevolgen aantonen dat de openbare orde van de aangezochte lidstaat is geschonden zodat de erkenning en de tenuitvoerlegging in die lidstaat van een dergelijke in een andere lidstaat gegeven beslissing kunnen worden geweigerd.
(1) PB C 226 van 3.8.2013.
Full & Egal Universal Law Academy