12.1.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 7/7
Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 5 november 2014 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Centrale Raad van Beroep — Nederland) — O. Tümer/Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
(Zaak C-311/13) (1)
((Bescherming van werknemers bij insolventie van de werkgever - Richtlijn 80/987/EEG - Werknemer die derdelander is en geen geldige verblijfsvergunning bezit - Weigering van het recht op een insolventie-uitkering))
(2015/C 007/09)
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Centrale Raad van Beroep
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: O. Tümer
Verwerende partij: Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Dictum
Richtlijn 80/987/EEG van de Raad van 20 oktober 1980 betreffende de bescherming van de werknemers bij insolventie van de werkgever, zoals gewijzigd bij richtlijn 2002/74/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2002, moet in die zin worden uitgelegd dat zij in de weg staat aan een nationale regeling inzake de bescherming van werknemers bij insolventie van de werkgever, zoals die welke in het hoofdgeding aan de orde is, volgens welke een derdelander die niet legaal in de betrokken lidstaat verblijft, niet wordt aangemerkt als werknemer die aanspraak kan maken op een insolventie-uitkering wegens met name onvervulde loonaanspraken in geval van insolventie van de werkgever, terwijl deze derdelander krachtens het civiele recht van die lidstaat wordt aangemerkt als „werknemer” die recht heeft op loon in verband waarmee hij tegen zijn werkgever beroep kan instellen bij de nationale rechter.
(1) PB C 250 van 31.8.2013.
Full & Egal Universal Law Academy