19.1.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 16/4
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 11 november 2014 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Sozialgericht Leipzig — Duitsland) — Elisabeta Dano, Florin Dano/Jobcenter Leipzig
(Zaak C-333/13) (1)
([Vrij verkeer van personen - Burgerschap van de Unie - Gelijke behandeling - Staatsburger van een lidstaat zonder economische activiteit die op het grondgebied van een andere lidstaat verblijft - Uitsluiting van deze personen van de bijzondere, niet op bijdragebetaling berustende uitkeringen krachtens verordening (EG) nr. 883/2004 - Richtlijn 2004/38/EG - Verblijfsrecht van langer dan drie maanden - Artikelen 7, lid 1, sub b, en 24 - Voorwaarde van voldoende bestaansmiddelen])
(2015/C 016/05)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Sozialgericht Leipzig
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Elisabeta Dano, Florin Dano
Verwerende partij: Jobcenter Leipzig
Dictum
1)
Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, zoals gewijzigd bij verordening (EU) nr. 1244/2010 van de Commissie van 9 december 2010, moet in die zin worden uitgelegd dat „bijzondere, niet op premie- of bijdragebetaling berustende prestaties” in de zin van de artikelen 3, lid 3, en 70 van die verordening, binnen de werkingssfeer van artikel 4 daarvan vallen.
2)
Artikel 24, lid 1, van richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van de richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG, gelezen in samenhang met artikel 7, lid 1, sub b, daarvan, en artikel 4 van verordening nr. 883/2004, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1244/2010, moeten in die zin worden uitgelegd dat zij zich niet verzetten tegen de regeling van een lidstaat op grond waarvan onderdanen van andere lidstaten zijn uitgesloten van het recht op bepaalde „bijzondere, niet op premie- of bijdragebetaling berustende prestaties” in de zin van artikel 70, lid 2, van verordening nr. 883/2004, terwijl deze prestaties wel worden toegekend aan de onderdanen van het gastland die zich in dezelfde situatie bevinden, voor zover deze onderdanen van andere lidstaten in het gastland geen verblijfsrecht genieten krachtens richtlijn 2004/38.
3)
Het Hof van Justitie van de Europese Unie is niet bevoegd om de vierde vraag te beantwoorden.
(1) PB C 226 van 3.8.2013.
Full & Egal Universal Law Academy