4.8.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 253/13
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 5 juni 2014 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Supreme Court of the United Kingdom — Verenigd Koninkrijk) — Public Relations Consultants Association Ltd/Newspaper Licensing Agency Ltd e.a.
(Zaak C-360/13) (1)
((Auteursrechten - Informatiemaatschappij - Richtlijn 2001/29/EG - Artikel 5, leden 1 en 5 - Reproductie - Beperkingen en restricties - Maken van kopieën van internetsite op scherm en in cachegeheugen van harde schijf tijdens surfen op internet - Tijdelijke reproductiehandeling - Handeling van voorbijgaande of incidentele aard - Integraal en essentieel onderdeel van technisch procedé - Rechtmatig gebruik - Zelfstandige economische waarde))
2014/C 253/16
Procestaal: Engels
Verwijzende rechter
Supreme Court of the United Kingdom
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Public Relations Consultants Association Ltd
Verwerende partijen: Newspaper Licensing Agency Ltd e.a.
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Supreme Court of the United Kingdom –Uitlegging van artikel 5, lid 1, van richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij (PB L 167, blz. 10) — Reproductierecht — Uitzonderingen en beperkingen — Begrip tijdelijke reproductiehandelingen die van voorbijgaande of incidentele aard zijn en die een integraal en essentieel onderdeel vormen van een technisch procedé — Kopie van webpagina die automatisch in het cache-internetgeheugen wordt opgeslagen en op het scherm wordt weergegeven
Dictum
Artikel 5 van richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij moet aldus worden uitgelegd dat kopieën op het computerscherm van de gebruiker en kopieën in het internetcachegeheugen van de harde schijf van die computer die door een eindgebruiker bij het raadplegen van een internetsite worden gemaakt, voldoen aan de voorwaarden tijdelijk te zijn, van voorbijgaande of incidentele aard te zijn en een integraal en essentieel onderdeel te vormen van een technisch procedé, alsook aan de voorwaarden van artikel 5, lid 5, van die richtlijn, en derhalve zonder toestemming van de houders van auteursrechten mogen worden gemaakt.
(1) PB C 260 van 7.9.2013.
Full & Egal Universal Law Academy