1.9.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 292/9
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 3 juli 2014 (verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door de Corte suprema di cassazione — Italië) — Maurizio Fiamingo (C-362/13), Leonardo Zappalà (C-363/13), Francesco Rotondo e.a. (C-407/13)/Rete Ferroviaria Italiana SpA
(Gevoegde zaken C-362/13, C-363/13 en C-407/13) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Sociale politiek - Richtlijn 1999/70/EG - Raamovereenkomst EVV, UNICE en CEEP inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd - Maritieme sector - Veerboten tussen havens in dezelfde lidstaat - Opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd - Clausule 3, punt 1 - Begrip „arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd” - Clausule 5, punt 1 - Maatregelen ter voorkoming van misbruik van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd - Sancties - Omzetting in arbeidsverhouding voor onbepaalde tijd - Voorwaarden))
2014/C 292/11
Procestaal: Italiaans
Verwijzende rechter
Corte suprema di cassazione
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Maurizio Fiamingo (C-362/13), Leonardo Zappalà (C-363/13), Francesco Rotondo e.a. (C-407/13)
Verwerende partij: Rete Ferroviaria Italiana SpA
Dictum
1)
De op 18 maart 1999 gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, die is opgenomen in de bijlage bij richtlijn 1999/70/EG van de Raad van 28 juni 1999 betreffende de door het EVV, de UNICE en het CEEP gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, moet aldus worden uitgelegd dat zij van toepassing is op werknemers, zoals verzoekers in de hoofdgedingen, die als zeevarenden in loondienst uit hoofde van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd werkzaam zijn op veerboten die een verbinding verzorgen tussen twee havens in dezelfde lidstaat.
2)
De bepalingen van de raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzetten tegen een nationale regeling als die in de hoofdgedingen, die bepaalt dat in arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd de duur, maar niet de beëindiging ervan moet worden aangegeven.
3)
Clausule 5 van de raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd moet aldus worden uitgelegd dat zij zich in beginsel niet verzet tegen een nationale regeling als die welke aan de orde is in de hoofdgedingen, volgens welke arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd enkel worden omgezet in een arbeidsverhouding voor onbepaalde tijd indien de betrokken werknemer uit hoofde van die overeenkomsten ononderbroken in dienst is geweest van dezelfde werkgever voor een periode langer dan een jaar, waarbij de arbeidsverhouding als ononderbroken wordt beschouwd als de arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd worden gescheiden door een tijdvak van minder dan of gelijk aan 60 dagen. Het staat echter aan de verwijzende rechter, na te gaan of de voorwaarden voor de toepassing en de daadwerkelijke tenuitvoerlegging van deze regeling daarvan een maatregel maken die misbruik van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten of arbeidsverhoudingen voor bepaalde tijd op adequate wijze kan voorkomen en bestraffen.
(1) PB C 260 van 7.9.2013.
PB C 313 van 26.10.2013.
Full & Egal Universal Law Academy