23.2.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 65/7
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 18 december 2014 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de High Court of Justice (Chancery Division) — Verenigd Koninkrijk) — International Stem Cell Corporation/Comptroller General of Patents, Designs and Trade Marks
(Zaak C-364/13) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Richtlijn 98/44/EG - Artikel 6, lid 2, sub c - Rechtsbescherming van biotechnologische uitvindingen - Stimulering van oöcyten door parthenogenese - Productie van menselijke embryonale stamcellen - Octrooieerbaarheid - Uitsluiting van „gebruik van menselijke embryo’s voor industriële of commerciële doeleinden” - Begrippen „menselijk embryo” en „organismen die het proces van ontwikkeling tot een mens in gang zetten”))
(2015/C 065/10)
Procestaal: Engels
Verwijzende rechter
High Court of Justice (Chancery Division)
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: International Stem Cell Corporation
Verwerende partij: Comptroller General of Patents, Designs and Trade Marks
Dictum
Artikel 6, lid 2, sub c, van richtlijn 98/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 1998 betreffende de rechtsbescherming van biotechnologische uitvindingen, moet aldus worden uitgelegd dat een onbevruchte menselijke eicel die door parthenogenese is gestimuleerd zich te verdelen en zich te ontwikkelen, geen „menselijk embryo” in de zin van die bepaling is indien zij, gelet op de huidige kennis van de wetenschap, als zodanig niet het inherente vermogen bezit zich te ontwikkelen tot een mens. Het is aan het verwijzende gerecht na te gaan of dat het geval is.
(1) PB C 260 van 07.09.2014.
Full & Egal Universal Law Academy