24.8.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 279/5
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 24 juni 2015 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Verwaltungsgerichtshof Baden-Württemberg — Duitsland) — H. T./Land Baden-Württemberg
(Zaak C-373/13) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Ruimte van vrijheid, veiligheid en recht - Grenzen, asiel en immigratie - Richtlijn 2004/83/EG - Artikel 24, lid 1 - Minimumnormen voor de erkenning als vluchteling of als persoon die voor subsidiaire bescherming in aanmerking komt - Intrekking van de verblijfstitel - Voorwaarden - Begrip „dwingende redenen van nationale veiligheid of openbare orde” - Deelname van een erkende vluchteling aan de activiteiten van een organisatie die op de door de Europese Unie opgestelde lijst van terroristische organisaties staat))
(2015/C 279/05)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Verwaltungsgerichtshof Baden-Württemberg
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: H. T.
Verwerende partij: Land Baden-Württemberg
Dictum
1)
Richtlijn 2004/83/EG van de Raad van 29 april 2004 inzake minimumnormen voor de erkenning van onderdanen van derde landen en staatlozen als vluchteling of als persoon die anderszins internationale bescherming behoeft, en de inhoud van de verleende bescherming, moet in die zin worden uitgelegd dat een verblijfstitel, wanneer deze eenmaal aan een vluchteling is verleend, kan worden ingetrokken, hetzij krachtens artikel 24, lid 1, van deze richtlijn, wanneer er dwingende redenen van nationale veiligheid of openbare orde in de zin van die bepaling bestaan, hetzij ingevolgde artikel 21, lid 3, van die richtlijn, wanneer er redenen bestaan om de uitzondering op het beginsel van non-refoulement als bedoeld in artikel 21, lid 2, die deze richtlijn toe te passen.
2)
Steun aan een terroristische vereniging die is geplaatst op de lijst in de bijlage bij gemeenschappelijk standpunt 2001/931/GBVB van de Raad van 27 december 2001 betreffende de toepassing van specifieke maatregelen ter bestrijding van het terrorisme, in de versie die gold op het tijdstip van de feiten van het hoofdgeding, kan een van de „dwingende redenen van nationale veiligheid of openbare orde” in de zin van artikel 24, lid 1, van richtlijn 2004/83 vormen, ook al zijn de voorwaarden van artikel 21, lid 2, van die richtlijn niet vervuld. Om een aan een vluchteling verleende verblijfstitel te kunnen intrekken op grondslag van artikel 24, lid 1, van deze richtlijn, op grond dat deze vluchteling een dergelijke terroristische vereniging steunt, dienen de bevoegde autoriteiten niettemin, onder toezicht van de nationale rechter, een individuele beoordeling te maken van de specifieke feiten betreffende de daden zowel van de betrokken vereniging als van de betrokken vluchteling. Wanneer een lidstaat besluit een vluchteling wiens verblijfstitel is ingetrokken, te verwijderen, maar de uitvoering van dat besluit opschort, is het onverenigbaar met die richtlijn om hem de toegang tot de in hoofdstuk VII ervan gewaarborgde voordelen te ontzeggen, tenzij een in deze richtlijn uitdrukkelijk geformuleerde uitzondering van toepassing is.
(1) PB C 325 van 9.11.2013.
Full & Egal Universal Law Academy