17.11.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 409/16
Arrest van het Hof (Negende kamer) van 11 september 2014 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Nejvyšší správní soud — Tsjechië) — Ministerstvo práce a sociálních věcí/B.
(Zaak C-394/13) (1)
([Prejudiciële verwijzing - Sociale zekerheid van migrerende werknemers - Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en (EG) nr. 883/2004 - Toepasselijke nationale wettelijke regeling - Bepaling van de bevoegde lidstaat voor de toekenning van gezinsbijslag - Omstandigheid dat een migrerende werknemer en zijn familie in een lidstaat wonen waar hun centrum van belangen is gelegen en waar gezinsbijslag is uitgekeerd - Aanvraag van gezinsbijslag in de lidstaat van herkomst na uitputting van het recht op bijslag in de lidstaat van de woonplaats - Nationale wettelijke regeling van de lidstaat van herkomst die dergelijke bijslag toekent aan eenieder die in deze lidstaat een geregistreerde woonplaats heeft])
2014/C 409/22
Procestaal: Tsjechisch
Verwijzende rechter
Nejvyšší správní soud
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Ministerstvo práce a sociálních věcí
Verwerende partij: B.
Dictum
1)
Verordening nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, zoals gewijzigd en bijgewerkt bij verordening (EG) nr. 118/97 van de Raad van 2 december 1996 (PB 1997, L 28, blz. 1), zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 592/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008, en met name artikel 13 ervan, moet aldus worden uitgelegd dat zij zich ertegen verzet dat een lidstaat als bevoegd wordt beschouwd om gezinsbijslag aan een persoon toe te kennen op basis van het enkele feit dat deze persoon een geregistreerde verblijfplaats op het grondgebied van deze lidstaat heeft, zonder dat hij en zijn gezinsleden werken of gewoonlijk verblijven in deze lidstaat. Artikel 13 van deze verordening moet aldus worden uitgelegd dat het zich tevens verzet tegen het feit dat een lidstaat die niet bevoegd is ten aanzien van een bepaalde persoon, deze persoon toch gezinsbijslag toekent, tenzij er tussen de betrokken situatie en het grondgebied van deze eerste lidstaat een duidelijke en bijzonder nauwe band bestaat.
2)
Verordening nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 988/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009, en met name artikel 11 ervan, moet aldus worden uitgelegd dat zij zich ertegen verzet dat een lidstaat als bevoegd wordt beschouwd gezinsbijslag aan een persoon toe te kennen op basis van het enkele feit dat deze persoon een geregistreerde woonplaats op het grondgebied van deze lidstaat heeft, zonder dat hij en zijn gezinsleden werken of gewoonlijk verblijven in deze lidstaat.
(1) PB C 260 van 7.9.2013.
Full & Egal Universal Law Academy