10.11.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 395/19
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 3 september 2014 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Vilniaus apygardos administracinis teismas — Litouwen) — „Baltlanta” UAB/Lietuvos valstybė
(Zaak C-410/13) (1)
([Prejudiciële verwijzing - Structuurfondsen - Economische, sociale en territoriale samenhang - Verordening (EG) nr. 1260/1999 - Artikel 38 - Verordening (EG) nr. 2792/1999 - Artikel 19 - Visserij - Rechtsgeding op nationaal niveau - Verplichting voor de lidstaat om alle maatregelen te nemen die nodig zijn om na afloop van het rechtsgeding het besluit tot bijstandsverlening correct uit te voeren])
2014/C 395/23
Procestaal: Litouws
Verwijzende rechter
Vilniaus apygardos administracinis teismas
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij:„Baltlanta” UAB
Verwerende partij: Lietuvos valstybė
in tegenwoordigheid van: Nacionalinė mokėjimo agentūra prie Žemės ūkio ministerijos, Lietuvos Respublikos žemės ūkio ministerija, Lietuvos Respublikos finansų ministerija
Dictum
Artikel 38, lid 1, sub e, van verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad van 21 juni 1999 houdende algemene bepalingen inzake de Structuurfondsen, artikel 19 van verordening (EG) nr. 2792/1999 van de Raad van 17 december 1999 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen en voorwaarden voor de structurele acties van de Gemeenschap in de visserijsector, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 2369/2002 van de Raad van 20 december 2002, en de afdelingen 6 en 7 van de richtsnoeren voor de afsluiting van bijstandspakketten (2000-2006) uit de Structuurfondsen, die door de Commissie bij besluit COM(2006) 3424 definitief van 1 augustus 2006 zijn vastgesteld, moeten aldus worden uitgelegd dat zij de betrokken overheidsinstanties er niet toe verplichten om aan de Europese Commissie mee te delen dat een rechtsgeding aanhangig is in verband met een administratief besluit over de subsidiabiliteit van een project waarvoor financiële bijstand is aangevraagd, zoals het in het hoofdgeding aan de orde zijnde besluit, noch om de maatregelen te nemen die nodig zijn om de voor die bijstand bedoelde middelen, waarvan de toekenning in het geding is, te reserveren tot de kwestie van die toekenning definitief is beslecht.
(1) PB C 284 van 28.9.2013.
Full & Egal Universal Law Academy