7.9.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 294/3
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 2 juli 2015 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Schleswig-Holsteinische Oberverwaltungsgericht — Duitsland) — Landesamt für Landwirtschaft, Umwelt und ländliche Räume des Landes Schleswig-Holstein/Dr. med. vet. Uta Wree
(Zaak C-422/13) (1)
([Prejudiciële verwijzing - Landbouw - Gemeenschappelijk landbouwbeleid - Bedrijfstoeslagregeling - Verordening (EG) nr. 73/2009 - Artikel 34, lid 2, onder a) - Begrip „subsidiabele oppervlakte” - Begrip „landbouwgrond” - Oppervlakte die een herbegroeide afdeklaag van een gesloten stortplaats vormt - Gebruik voor landbouwdoeleinden - Toelaatbaarheid])
(2015/C 294/03)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Schleswig-Holsteinisches Oberverwaltungsgericht
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Landesamt für Landwirtschaft, Umwelt und ländliche Räume des Landes Schleswig-Holstein
Verwerende partij: Dr. med. vet. Uta Wree
Dictum
Artikel 34, lid 2, onder a), van verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad van 19 januari 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening aan landbouwers in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers, tot wijziging van verordeningen (EG) nr. 1290/2005, (EG) nr. 247/2006, (EG) nr. 378/2007 en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1782/2003, moet aldus worden uitgelegd dat een oppervlakte die de deklaag van een zich in de nazorgfase bevindende afvalstortplaats vormt, een „landbouwgrond” in de zin van die bepaling is, als zij daadwerkelijk als blijvend grasland wordt gebruikt.
(1) PB C 304 van 19.10.2013.
Full & Egal Universal Law Academy