4.5.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 146/2
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 11 maart 2015 (verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesarbeitsgericht — Duitsland) — Europäische Schule München/Silvana Oberto (C-464/13), Barbara O’Leary (C-465/13)
(Gevoegde zaken C-464/13 en C-465/13) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Statuut van de Europese scholen - Bevoegdheid van de kamer van beroep van de Europese scholen ter zake van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde duur tussen een Europese school en een niet door een lidstaat gedetacheerde of aangestelde docent))
(2015/C 146/02)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Bundesarbeitsgericht
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Europäische Schule München
Verwerende partijen: Silvana Oberto (C-464/13), Barbara O’Leary (C-465/13)
Dictum
1)
Artikel 27, lid 2, eerste alinea, eerste volzin, van het op 21 juni 1994 tussen de lidstaten en de Europese Gemeenschappen te Luxemburg gesloten verdrag houdende het Statuut van de Europese scholen, moet aldus worden uitgelegd dat door een Europese school aangestelde docenten met een beperkte leeropdracht, die niet door de lidstaten gedetacheerd worden, tot de in deze bepaling bedoelde personen behoren, anders dan het administratief en dienstpersoneel, dat ervan is uitgesloten.
2)
Artikel 27, lid 2, eerste alinea, eerste volzin, van het verdrag houdende het Statuut van de Europese scholen moet aldus worden uitgelegd dat het niet belet dat een clausule ter zake van de beperking van de duur van de arbeidsverhouding in de tussen de school en de docent met een beperkte leeropdracht gesloten arbeidsovereenkomst, wordt beschouwd als een voor deze laatste bezwarende handeling.
3)
Artikel 27, lid 2, eerste alinea, eerste volzin, van het verdrag houdende het Statuut van de Europese scholen moet aldus worden uitgelegd dat het niet belet dat een handeling die de directeur van een Europese school in de uitoefening van zijn bevoegdheden verricht, in beginsel onder die bepaling valt. De punten 1.3, 3.2 en 3.4 van het statuut van docenten met een beperkte leeropdracht moeten aldus worden uitgelegd dat een geschil over de rechtmatigheid van een clausule ter zake van de beperking van de duur van de arbeidsverhouding in de arbeidsovereenkomst tussen een docent met een beperkte leeropdracht en die directeur, onder de exclusieve bevoegdheid van de kamer van beroep van de Europese scholen valt.
(1) PB C 336 van 16.11.2013.
Full & Egal Universal Law Academy