27.4.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 138/11
Arrest van het Hof (Zevende kamer) van 26 februari 2015 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Østre Landsret — Denemarken) — Ingeniørforeningen i Danmark, handelende voor Poul Landin/Tekniq, handelende voor ENCO A/S — VVS
(Zaak C-515/13) (1)
([Prejudiciële verwijzing - Sociale politiek - Richtlijn 2000/78/EG - Gelijke behandeling in arbeid en beroep - Artikel 2, leden 1 en 2, onder a) - Artikel 6, lid 1 - Verschillen in behandeling op grond van de leeftijd - Nationale regeling die bepaalt dat geen ontslagvergoeding wordt uitgekeerd aan werknemers die bij beëindiging van de arbeidsverhouding in aanmerking komen voor een algemeen ouderdomspensioen])
(2015/C 138/13)
Procestaal: Deens
Verwijzende rechter
Østre Landsret
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Ingeniørforeningen i Danmark, handelende voor Poul Landin
Verwerende partij: Tekniq, handelende voor ENCO A/S — VVS
Dictum
De artikelen 2, leden 1 en 2, onder a), en 6, lid 1, van richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzetten tegen een nationale regeling zoals die welke in het hoofdgeding aan de orde is, die bepaalt dat, in het geval van het ontslag van een werknemer die gedurende een ononderbroken periode van 12, 15 of 18 jaar in dienst van dezelfde onderneming is geweest, de werkgever bij beëindiging van de arbeidsverhouding met deze werknemer een vergoeding ter hoogte van respectievelijk één, twee of drie maanden salaris betaalt, maar dat deze vergoeding niet wordt uitgekeerd als de desbetreffende werknemer ten tijde van de beëindiging van de arbeidsverhouding aanspraak kan maken op het algemeen ouderdomspensioen, voor zover deze regeling enerzijds objectief en redelijk wordt gerechtvaardigd door een legitieme doelstelling van beleid op het terrein van de werkgelegenheid en arbeidsmarkt en anderzijds een passend en noodzakelijk middel vormt voor het verwezenlijken van deze doelstelling. Het is aan de verwijzende rechter om na te gaan of dit het geval is.
(1) PB C 359 van 7.12.2013.
Full & Egal Universal Law Academy