22.12.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 462/10
Arrest van het Hof (Negende kamer) van 15 oktober 2014 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Obvodní soud pro Prahu 1 — Tsjechische Republiek) — Hoštická a.s., Jaroslav Haškovec, Zemědělské družstvo Senice na Hané/Česká republika — Ministerstvo zemědělství
(Zaak C-561/13) (1)
([Prejudiciële verwijzing - Gemeenschappelijk landbouwbeleid - Steunregelingen - Tenuitvoerlegging van steunregelingen in de nieuwe lidstaten - Verordening (EG) nr. 1782/2003 - Artikel 143 ter bis - Verordening (EG) nr. 73/2009 - Artikel 126 - Afzonderlijke suikerbetaling - Ontkoppeling van die betaling van de productie - Begrip „in 2006 en 2007 door de betrokken lidstaten vastgestelde criteria” - Representatieve periode])
(2014/C 462/16)
Procestaal: Tsjechisch
Verwijzende rechter
Obvodní soud pro Prahu 1
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Hoštická a.s., Jaroslav Haškovec, Zemědělské družstvo Senice na Hané
Verwerende partij: Česká republika — Ministerstvo zemědělství
Dictum
Artikel 126, lid 1, van verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad van 19 januari 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening aan landbouwers in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers, tot wijziging van verordeningen (EG) nr. 1290/2005, (EG) nr. 247/2006, (EG) nr. 378/2007 en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1782/2003, moet aldus worden uitgelegd dat het begrip „in 2006 en 2007 door de betrokken lidstaten vastgestelde criteria” het verkoopseizoen omvat dat deze lidstaten op grond van artikel 143 ter bis, lid 1, van verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en houdende wijziging van de verordeningen (EEG) nr. 2019/93, (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. 1453/2001, (EG) nr. 1454/2001, (EG) nr. 1868/94, (EG) nr. 1251/1999, (EG) nr. 1254/1999, (EG) nr. 1673/2000, (EEG) nr. 2358/71 en (EG) nr. 2529/2001, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 319/2006 van de Raad van 20 februari 2006, verordening (EG) nr. 2011/2006 van de Raad van 19 december 2006 en verordening (EG) nr. 2012/2006 van de Raad van 19 december 2006, vóór 30 april 2006 als representatieve periode voor de toekenning van de afzonderlijke suikerbetaling dienden te kiezen.
(1) PB C 45 van 15.2.2014.
Full & Egal Universal Law Academy