4.5.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 146/4
Arrest van het Hof (Achtste kamer) van 12 maart 2015 [verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de High Court of Justice (Chancery Division) — Verenigd Koninkrijk] — Actavis Group PTC EHF, Actavis UK Ltd/Boehringer Ingelheim Pharma GmbH & Co. KG
(Zaak C-577/13) (1)
([Prejudiciële verwijzing - Geneesmiddelen voor menselijk gebruik - Verordening (EG) nr. 469/2009 - Artikel 3 - Aanvullend beschermingscertificaat - Voorwaarden voor verkrijging van dit certificaat - Geneesmiddelen die gedeeltelijk of volledig dezelfde werkzame stof bevatten - Opeenvolgend in de handel brengen - Samenstelling van werkzame stoffen - Werkzame stof in de vorm van een geneesmiddel met één enkele werkzame stof reeds eerder op de markt gebracht - Voorwaarden voor verkrijging van meerdere certificaten op basis van eenzelfde octrooi - Wijziging van de werkzame stoffen van een basisoctrooi])
(2015/C 146/04)
Procestaal: Engels
Verwijzende rechter
High Court of Justice (Chancery Division)
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Actavis Group PTC EHF, Actavis UK Ltd
Verwerende partij: Boehringer Ingelheim Pharma GmbH & Co. KG
Dictum
Artikel 3, onder a) en c), van verordening (EG) nr. 469/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende het aanvullende beschermingscertificaat voor geneesmiddelen moet aldus worden uitgelegd dat wanneer een basisoctrooi een conclusie bevat voor een product met een werkzame stof die als enige het voorwerp van de uitvinding vormt, waarvoor de houder van dit octrooi reeds een aanvullend beschermingscertificaat heeft verkregen, alsook een latere conclusie voor een product met een samenstelling van deze werkzame stof en een andere substantie, deze bepaling eraan in de weg staat dat deze houder een tweede aanvullend beschermingscertificaat voor deze samenstelling verkrijgt.
(1) PB C 31 van 1.2.2014.
Full & Egal Universal Law Academy