27.4.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 138/16
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 26 februari 2015 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Conseil d’État — Frankrijk) — Ministre de l’Économie et des Finances/Gérard de Ruyter
(Zaak C-623/13) (1)
([Prejudiciële verwijzing - Sociale zekerheid - Verordening (EEG) nr. 1408/71 - Artikel 4 - Materiële werkingssfeer - Heffingen over inkomsten uit vermogen - Algemene sociale bijdrage - Bijdrage ter vereffening van de sociale schuld - Sociale heffing - Aanvullende bijdrage bij de sociale heffing - Bijdragen aan de financiering van verplichte socialezekerheidsstelsels - Rechtstreekse en voldoende relevante samenhang met bepaalde takken van sociale zekerheid])
(2015/C 138/20)
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Conseil d’État
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Ministre de l’Économie et des Finances
Verwerende partij: Gérard de Ruyter
Dictum
Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, zoals gewijzigd en bijgewerkt bij verordening (EG) nr. 118/97 van de Raad van 2 december 1996, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1606/98 van de Raad van 29 juni 1998, moet in die zin worden uitgelegd dat heffingen over inkomsten uit vermogen, zoals die welke in het hoofdgeding aan de orde zijn, wanneer daarmee wordt bijgedragen aan de financiering van de verplichte socialezekerheidsstelsels, een rechtstreekse en relevante samenhang vertonen met sommige van de in artikel 4 van verordening nr. 1408/71 genoemde takken van sociale zekerheid en derhalve binnen de werkingssfeer van die verordening vallen, ook al worden die heffingen berekend over de inkomsten uit vermogen van de heffingsplichtigen, los van het verrichten van een beroepsactiviteit door hen.
(1) PB C 31 van 1.2.2014.
Full & Egal Universal Law Academy