22.2.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 52/23
Beschikking van het Hof (Achtste kamer) van 12 december 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tribunale ordinario di Aosta — Italië) — Rocco Papalia/Comune di Aosta
(Zaak C-50/13) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Artikel 99 van Reglement voor procesvoering van Hof - Sociaal beleid - Richtlijn 1999/70/EG - Clausule 5 van raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd - Openbare sector - Opeenvolgende overeenkomsten - Misbruik - Vergoeding van schade - Voorwaarden voor schadevergoeding in geval van onrechtmatige beëindiging van arbeidsovereenkomst - Gelijkwaardigheids- en doeltreffendheidsbeginsel)
2014/C 52/39
Procestaal: Italiaans
Verwijzende rechter
Tribunale ordinario di Aosta
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Rocco Papalia
Verwerende partij: Comune di Aosta
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Tribunale ordinario di Aosta — Uitlegging van clausule 5 van richtlijn 1999/70/EG van de Raad van 28 juni 1999 betreffende de door het EVV, de UNICE en het CEEP gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd (PB L 175, blz. 43) — Overheidsadministratie — Schadevergoeding bij onrechtmatige beëindiging van de arbeidsovereenkomst — Voorwaarden — Bewijs van de geleden schade — Betrokkene dient te bewijzen dat hij kansen op een betere baan onbenut heeft moeten laten
Dictum
De raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, die op 18 maart 1999 is gesloten en die is opgenomen in de bijlage bij richtlijn 1999/70/EG van de Raad van 28 juni 1999 betreffende de door het EVV, de UNICE en het CEEP gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, moet aldus worden uitgelegd dat zij zich verzet tegen de maatregelen van een nationale wettelijke regeling als die welke in het hoofgeding aan de orde is, die bepaalt dat een werknemer, ingeval diens openbare werkgever op onrechtmatige wijze heeft gebruikgemaakt van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, uitsluitend recht heeft op vergoeding van de schade die hij door die onrechtmatigheid meent te hebben geleden — met uitzondering van de omzetting van de arbeidsverhouding voor bepaalde tijd in een arbeidsverhouding voor onbepaalde tijd — wanneer hij bewijst dat hij kansen op een betere baan onbenut heeft moeten laten, indien die verplichting het voor de betrokken werknemer in werkelijkheid onmogelijk of buitensporig moeilijk maakt om de hem door het Unierecht verleende rechten uit te oefenen.
Het staat aan de verwijzende rechter om na te gaan in hoeverre de bepalingen van nationaal recht ter bestraffing van het onrechtmatig gebruik van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten of arbeidsverhoudingen van bepaalde tijd door de overheidsadministratie, in overeenstemming zijn met die beginselen.
(1) PB C 147 van 25.5.2013.
Full & Egal Universal Law Academy