1.12.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 431/5
Beschikking van het Hof (Vijfde kamer) van 9 september 2014 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Okrazhen sad — Targovishte — Bulgarije) — „Parva Investitsionna Banka” AD, „UniKredit Bulbank” AD, „Siyk Faundeyshan” LLS/„Ear Proparti Developmant — v nesastoyatelnost” AD, Sindik na „Ear Proparti Developmant — v nesastoyatelnost” AD
(Zaak C-488/13) (1)
([Prejudiciële verwijzing - Verordening (EG) nr. 1896/2006 - Begrip „niet-betwiste geldvorderingen” - Insolventieprocedure - Buitengerechtelijke titel voor een betwiste schuldvordering - Verzoek tot betaling uit de faillissementsboedel op basis van een dergelijke titel - Situatie die niet binnen de werkingssfeer van verordening nr. 1896/2006 valt - Kennelijke onbevoegdheid van het Hof])
(2014/C 431/09)
Procestaal: Bulgaars
Verwijzende rechter
Okrazhen sad — Targovishte
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen:„Parva Investitsionna Banka” AD, „UniKredit Bulbank” AD, „Siyk Faundeyshan” LLS
Verwerende partijen:„Ear Proparti Developmant — v nesastoyatelnost” AD, Sindik na „Ear Proparti Developmant — v nesastoyatelnost” AD
in tegenwoordigheid van: Natsionalna agentsia za prihodite, „Aset Menidzhmant” EAD, „Ol Siyz Balgaria” OOD, „Si Dzhi Ef — aktsionerna obshtnost” AD, „Silvar Biych” EAD, „Rudersdal” EOOD, „Kota Enerdzhi” EAD, Chavdar Angelov Angelov
Dictum
Het Hof van Justitie van de Europese Unie is kennelijk onbevoegd om de door de Okrazhen sad — Targovishte (Bulgarije) gestelde vragen te beantwoorden.
(1) PB C 344 van 23.11.2013.
Full & Egal Universal Law Academy