18.5.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 141/10
Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Rechtbank Rotterdam (Nederland) op 31 januari 2013 — Nationale-Nederlanden Levensverzekering Mij NV tegen Hubertus Wilhelmus van Leeuwen
(Zaak C-51/13)
2013/C 141/17
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Rechtbank Rotterdam
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekster: Nationale-Nederlanden Levensverzekering Mij NV
Verweerder: Hubertus Wilhelmus van Leeuwen
Prejudiciële vragen
1)
Verzet het recht van de Europese Unie en in het bijzonder artikel 31, lid 3, van de Derde Levensrichtlijn (1) zich ertegen dat levensverzekeraars op grond van open en/of ongeschreven regels van Nederlands recht, zoals de redelijkheid en billijkheid die de (pre)contractuele verhouding tussen een levensverzekeraar en een aspirant-verzekeringnemer beheersen en/of een algemene en/of bijzondere zorgplicht, verplicht zijn om verzekeringnemers meer gegevens te verstrekken omtrent kosten en risicopremies van de verzekering dan in 1999 werd voorgeschreven door de Nederlandse bepalingen waarmee de Derde Levensrichtlijn (in het bijzonder artikel 2, tweede lid, onder q en r, van de RIAV [Regeling Informatieverstrekking aan verzekeringnemers] 1998) werd geïmplementeerd?
2)
Doet bij de beantwoording van vraag 1 ter zake wat, naar Nederlands recht, het gevolg is c.q. kan zijn van het niet verstrekken van die gegevens?
(1) Richtlijn 92/96/EEG van de Raad van 10 november 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe levensverzekeringsbedrijf en tot wijziging van de Richtlijnen 79/267/EEG en 90/619/EEG (Derde levensrichtlijn) (PB L 360, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy