27.4.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 123/11
Beroep ingesteld op 12 februari 2013 — Europese Commissie/Portugese Republiek
(Zaak C-76/13)
2013/C 123/17
Procestaal: Portugees
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: P. Guerra e Andrade, G. Braun en L. Nicolae, gemachtigden)
Verwerende partij: Portugese Republiek
Conclusies
—
vaststellen dat de Portugese Republiek het arrest van het Hof van Justitie van 7 oktober 2010 in zaak C-154/06 (1), Europese Commissie/Portugese Republiek, niet heeft uitgevoerd;
—
de Portugese Republiek veroordelen tot betaling aan de Commissie van een dwangsom van 43 264,64 EUR per dag vertraging in de uitvoering van het uit te voeren arrest, vanaf de datum van uitspraak van het arrest in de onderhavige zaak tot de datum waarop het declaratoire arrest van 7 oktober 2010 volledig is uitgevoerd;
—
de Portugese Republiek veroordelen tot betaling aan de Commissie van een forfaitaire geldboete van 5 277,30 EUR per dag vertraging in de uitvoering, vanaf de datum van uitspraak van het declaratoire arrest van 7 oktober 2010, tot:
—
de datum van uitvoering van het declaratoire arrest van 7 oktober 2010, ingeval het Hof van Justitie verklaart dat de Portugese Republiek dat arrest heeft uitgevoerd vóór de datum van uitspraak van het arrest in de onderhavige zaak;
—
de datum van uitspraak van het arrest in de onderhavige zaak ingeval het Hof van Justitie verklaart dat het declaratoire arrest niet daadwerkelijk is uitgevoerd vóór de datum van uitspraak van het arrest in de onderhavige zaak;
—
de Portugese Republiek verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
De ondernemingen die belast zijn met de universeledienstverlening, zijn nog niet vastgesteld op basis van een procedure overeenkomstig de artikelen 3, lid 2, en 8, lid 2, van de universeledienstenrichtlijn (2). Bovendien is in de Lei das Comunicações Eletrónicas (Portugese wet inzake elektronische communicatie) nog steeds bepaald dat alle verplichtingen gehandhaafd blijven welke zien voorzien in de basisregeling betreffende de concessie voor het verstrekken van openbare telecommunicatiediensten zoals goedgekeurd bij Decreto-Lei nr. 31/2003, krachtens welke de universeledienstverlening in concessie is gegeven aan PT Comunicações overeenkomstig een concessieovereenkomst die tot 2025 van kracht blijft. Voor de bepaling van de geldboete stelt de Commissie aan het Hof een factor 7 voor op een schaal van 1 tot en met 20.
Door deze niet-uitvoering loopt de verwezenlijking van essentiële doelstellingen van het mededingingsrecht gevaar, met name de doelstellingen die verband houden met de liberalisering van de telecommunicatiemarkt en bovendien worden fundamentele beginselen van het Unierecht geschonden, zoals het non-discriminatiebeginsel. Voorts loopt door de niet-uitvoering de doeltreffendheid van de universeledienstverlening gevaar, die een van de wezenlijke doelstellingen van de telecommunicatierichtlijn vormt. In casu werd aan Portugal Telecom een concessie verleend zonder een beroep te doen op de mededinging, in de vorm van een openbare of beperkte aanbestedingsprocedure, en dus zonder dat is gewaarborgd dat voor de universeledienstverlening de beste voorwaarden inzake kostenefficiëntie gelden en zonder dat de mededinging speelt doordat verboden marktverstoringen worden beperkt.
(1) Jurispr. blz. I-127.
(2) Richtlijn 2002/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische-communicatienetwerken en -diensten (Universeledienstrichtlijn) (PB L 108, blz. 51).
Full & Egal Universal Law Academy