4.5.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 129/6
Hogere voorziening ingesteld op 21 februari 2013 door Electrabel SA tegen het arrest van het Gerecht (Derde kamer) van 12 december 2012 in zaak T-332/09, Electrabel/Commissie
(Zaak C-84/13 P)
2013/C 129/12
Procestaal: Frans
Partijen
Rekwirante: Electrabel SA (vertegenwoordigers: M. Pittie en P. Honoré, advocaten)
Andere partij in de procedure: Europese Commissie
Conclusies
—
het beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren;
—
dientengevolge het bestreden arrest te vernietigen voor zover Electrabel daarin is veroordeeld tot de betaling van een geldboete van 20 miljoen EUR;
—
en dientengevolge:
—
de zaak voor hernieuwde afdoening terug te verwijzen naar het Gerecht,
—
dan wel de zaak definitief af te doen door toewijzing van de door rekwirante in eerste aanleg geformuleerde vorderingen en nietigverklaring van de litigieuze beschikking voor zover Electrabel is veroordeeld tot de betaling van een geldboete van 20 miljoen EUR of het bedrag van deze geldboete significant te verlagen;
—
de Europese Commissie te verwijzen in alle kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Rekwirante voert drie middelen aan ter ondersteuning van haar hogere voorziening tegen het arrest waarbij het Gerecht de beschikking van de Commissie van 10 juni 2009 heeft bevestigd, waarbij Electrabel werd veroordeeld tot een geldboete van 20 miljoen EUR voor een inbreuk op artikel 7 van verordening (EEG) nr. 4064/89 (1) betreffende de controle op concentraties van ondernemingen.
In de eerste plaats verwijt rekwirante het Gerecht dat het de bepalingen van artikel 14, lid 3, van voorvermelde verordening heeft geschonden voor zover het de vermeende „duur” van de inbreuk in aanmerking heeft genomen als factor bij de vaststelling van het bedrag van de geldboete, terwijl dit artikel bepaalt dat het bedrag van de geldboete uitsluitend aan de hand van de „aard” en de „ernst” van de inbreuk moet worden bepaald.
In de tweede plaats verwijt de rekwirerende partij het Gerecht dat dit het verbod van terugwerkende kracht van de wet heeft geschonden voor zover het de bepalingen van verordening (EG) nr. 139/2004 (2) heeft toegepast op een concentratie van ondernemingen gerealiseerd vóór de inwerkingtreding van deze verordening, die derhalve onder de bepalingen van verordening (EEG) nr. 4064/89 viel.
In de laatste plaats heeft het Gerecht in de ogen van de rekwirerende partij blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting en een tegenstrijdige motivering voor zover het de jegens Electrabel aangenomen inbreuk heeft gekwalificeerd als voortdurend, terwijl het een eenmalige inbreuk betrof.
(1) Verordening (EEG) nr. 4064/89 van de Raad van 21 december 1989 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (PB L 395, blz. 1).
(2) Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (PB L 24, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy