27.4.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 123/12
Beroep ingesteld op 20 februari 2013 — Europese Commissie/Raad van de Europese Unie
(Zaak C-86/13)
2013/C 123/19
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: J. Currall, D. Martin, J.-P. Keppenne, gemachtigden)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie
Conclusies
—
nietigverklaring van het besluit van de Raad van 20 december 2012 waarbij de vaststelling wordt geweigerd van het voorstel van de Commissie voor een verordening van de Raad houdende aanpassing, met ingang van 1 juli 2012, van de bezoldigingen en de pensioenen van de ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Unie alsmede van de aanpassingscoëfficiënten die op die bezoldigingen en pensioenen worden toegepast;
—
verwijzing van de Raad van de Europese Unie in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter onderbouwing van haar beroept voert de Commissie drie middelen aan.
Het eerste middel is ontleend aan schending van artikel 65 van het Ambtenarenstatuut en van de artikelen 1, 3 en 10 van bijlage XI bij het Statuut, aangezien de Raad, daar de Commissie hem niet had voorgesteld om de uitzonderingsclausule van artikel 10 van bijlage XI toe te passen, vóór 31 december 2012 het voorstel had moeten aannemen voor de jaarlijkse aanpassing van de bezoldigingen en de pensioenen van de ambtenaren en personeelsleden van de Unie dat de Commissie krachtens artikel 3 van bijlage XI had gedaan. De Raad is onbevoegd om een besluit te nemen tot toepassing van artikel 10, zonder adequaat voorstel van de Commissie en zonder het Parlement, de medewetgever volgens artikel 10, daarbij te betrekken.
Het tweede middel is ontleend aan schending van artikel 64 van het Statuut en van de artikelen 1 en 3 van bijlage XI, aangezien de Raad niet de nieuwe aanpassingscoëfficiënten voor de bezoldigingen en de pensioenen heeft vastgesteld, ofschoon hij verplicht was dit te doen en welke de Commissie had voorgesteld teneinde de gelijke behandeling van ambtenaren en gepensioneerden te verzekeren, ongeacht hun eventuele stand- of woonplaats.
Het derde middel is ontleend aan het volledig ontbreken van motivering, daar de Raad slechts heeft vastgesteld dat er geen gekwalificeerde meerderheid was om het voorstel van de Commissie volgens artikel 3 van bijlage XI aan te nemen, zonder uiteen te zetten waarom hij afweek van dat voorstel. Dit middel betreft zowel de aanpassing van de bezoldigingen en de pensioenen alsook de vaststelling van de nieuwe aanpassingscoëfficiënten.
Full & Egal Universal Law Academy