20.4.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 114/28
Hogere voorziening ingesteld op 22 februari 2013 door 1. garantovaná a.s. tegen het arrest van het Gerecht (Derde kamer) van 12 december 2012 in zaak T-392/09, 1. garantovaná a.s./Europese Commissie
(Zaak C-90/13 P)
2013/C 114/43
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwirante: 1. garantovaná a.s. (vertegenwoordigers: B. Hartnett, Barrister, O. Geiss, Rechtsanwalt, P. Lasok QC, J. Holmes, Barrister)
Andere partij in de procedure: Europese Commissie
Conclusies
Rekwirante verzoekt het Hof:
—
het arrest van het Gerecht van 12 december 2012 in zaak T-392/09 te vernietigen, voor zover het betrekking heeft op het tweede middel dat rekwirante voor het Gerecht had aangevoerd;
—
dat middel gegrond te verklaren;
—
de geldboete te verminderen tot 2,1 miljoen EUR, te weten 10 % van rekwirantes omzet in 2008, zoals vermeld in punt 84 van het bestreden arrest, en
—
de Commissie te verwijzen in rekwirantes kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Rekwirante betoogt dat het Gerecht haar tweede middel ten onrechte heeft afgewezen.
Artikel 23, lid 2, van verordening (EG) nr. 1/2003 (1) bepaalt dat „de geldboete niet groter [is] dan 10 % van de totale omzet die [de betrokken onderneming] in het voorafgaande boekjaar [heeft] behaald”. Het „voorafgaande boekjaar” is het laatste volledige boekjaar dat onmiddellijk voorafgaat aan de datum waarop de beschikking is vastgesteld waarin de Commissie heeft geconcludeerd dat de mededingingsregels zijn geschonden en een boete heeft opgelegd.
In het onderhavige geval is de „omzet die in het voorafgaande boekjaar is behaald” de omzet van 2008 en niet de omzet die de Commissie in aanmerking heeft genomen. Door de omzet van 2007 in aanmerking te nemen, is aan Garantovaná een veel hogere geldboete opgelegd, die net geen 100 % bedraagt van haar omzet in het boekjaar dat voorafging aan de datum waarop de beschikking van de Commissie is vastgesteld (22 juli 2009).
Rekwirante betoogt dat de Commissie in strijd met de ondubbelzinnige tekst en doelstelling van artikel 23, lid 2 en dus onrechtmatig heeft gehandeld, door de omzet van 2007 in aanmerking te nemen. Zoals Garantovaná in haar tweede middel voor het Gerecht heeft aangevoerd, dient de geldboete daarom te worden verminderd, hetzij overeenkomstig artikel 23, lid 2, hetzij in het kader van de uitoefening van de volledige rechtmacht waarover het Hof op grond van artikel 261 VWEU en artikel 31 van verordening nr. 1/2003 beschikt.
(1) Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PB 2003, L 1, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy