3.8.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 226/2
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Oberste Gerichtshof (Oostenrijk) op 8 maart 2013 — A/B e.a.
(Zaak C-112/13)
(2013/C 226/03)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Oberster Gerichtshof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: A
Verwerende partijen: B e.a.
Prejudiciële vragen
1)
Brengt het bij de handhaving van het recht van de Europese Unie in acht te nemen Europeesrechtelijke „gelijkwaardigheidsbeginsel” mee dat in een procesrechtelijk stelsel waarin weliswaar de gewone gerechten die uitspraak moeten doen in een zaak, ook de grondwettigheid van wetten dienen te beoordelen, maar de bevoegdheid om met de grondwet strijdige wetten te vernietigen, is voorbehouden aan een op bijzondere wijze georganiseerd constitutioneel gerechtshof, de gewone gerechten ook in geval van strijdigheid van een wet met artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie hangende het geding het constitutionele gerechtshof om vernietiging van die wet moeten verzoeken, en niet ermee kunnen volstaan de wet in het concrete geval buiten toepassing te laten?
2)
Moet artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie aldus worden uitgelegd dat het in de weg staat aan een bepaling van procesrecht op grond waarvan een internationaal onbevoegd gerecht voor een partij zonder bekende woon- of verblijfplaats een zaakwaarnemer bij afwezigheid („Abwesenheitskurator”) aanwijst, die dan door zijn „verschijning” internationale bevoegdheid kan scheppen?
3)
Moet artikel 24 van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (1) aldus worden uitgelegd, dat van een „verschijning van de verweerder” in de zin van deze bepaling sprake is indien de betrokken proceshandeling is verricht door de verweerder zelf dan wel door een door hem gemachtigde procesvertegenwoordiger, of geldt dit zonder enige restrictie ook bij een overeenkomstig het recht van de betrokken lidstaat aangewezen zaakwaarnemer bij afwezigheid?
(1) PB L 12, blz. 1.
Full & Egal Universal Law Academy