25.5.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 147/12
Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door het Arbeidshof te Antwerpen (België) op 11 maart 2013 — Theodora Hendrika Bouman tegen Rijksdienst voor Pensioenen
(Zaak C-114/13)
2013/C 147/22
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Arbeidshof te Antwerpen
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekster: Theodora Hendrika Bouman
Verweerder: Rijksdienst voor Pensioenen
Prejudiciële vraag
Is het gedeelte van de AOW-uitkering dat aan een Nederlandse ingezetene wordt uitgekeerd en dat gebaseerd is op een verzekeringsperiode waarin deze Nederlandse ingezetene op eenvoudige aanvraag kan afzien van aansluiting bij de Nederlandse regeling en dus van de premiebetaling daarvoor en dit voor een beperkte periode ook daadwerkelijk gedaan heeft, te beschouwen als een uitkering die wordt toegekend op basis van een vrijwillig voortgezette verzekering in de zin van artikel 46bis, 3c, van verordening 1408/71 (1), zodat er geen rekening mee kan gehouden worden bij de toepassing van de anticumulatiebepaling zoals vervat in artikel 52, § 1, 1o lid, van het Belgisch Koninklijk Besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers?
(1) Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PB L 149, blz. 2).
Full & Egal Universal Law Academy