4.5.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 129/11
Beroep ingesteld op 11 maart 2013 — Europese Commissie/Hongarije
(Zaak C-115/13)
2013/C 129/20
Procestaal: Hongaars
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: C. Barslev en A. Sipos, gemachtigden)
Verwerende partij: Hongarije
Conclusies
—
vaststellen dat Hongarije de verplichtingen niet is nagekomen die op hem rusten krachtens de artikelen 19 tot en met 21 van richtlijn 92/83/EEG (1), gelezen in samenhang met artikel 22, lid 7, van die richtlijn en artikel 3, lid 1, van richtlijn 92/84/EEG (2), door bepalingen vast te stellen en te handhaven op grond waarvan onder de in de nationale regeling bepaalde omstandigheden
—
de accijns op ethylalcohol die in distilleerderijen wordt geproduceerd in opdracht van een particuliere klant („bérfőzető”) 0 HUF bedraagt, en
—
ethylalcohol die door particulieren wordt geproduceerd, van accijns is vrijgesteld;
—
Hongarije verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Volgens artikel 19 van richtlijn 92/83/EEG van de Raad van 19 oktober 1992 betreffende de harmonisatie van de structuur van de accijns op alcohol en alcoholhoudende dranken dient Hongarije voor distillaten accijns te heffen tegen een tarief dat overeenkomstig de richtlijn, en in het bijzonder artikel 21 daarvan, is vastgesteld, en een nationale regeling te handhaven die daarmee in overeenstemming is. Artikel 22 van de richtlijn voorziet in de gevallen waarin lidstaten in afwijking van het normale nationale tarief verlaagde accijnstarieven mogen toepassen.
In artikel 64, lid 3, van Hongaarse wet CXXVII van 2003 op de accijns en tot vaststelling van de specifieke regeling voor de verkoop van aan accijns onderworpen producten (a jövedéki adóról és a jövedéki termékek forgalmazásának különös szabályairól szóló 2003. évi CXXVII. törvény) is bepaald dat wanneer sprake is van distillatie in opdracht van particuliere klanten, de accijns op het distillaat dat wordt geproduceerd uit de basisproducten van de particuliere klant die opdracht geeft voor de distillatie, 0 HUF bedraagt tot een jaarlijkse maximale hoeveelheid van 50 liter per particuliere klant. Volgens de richtlijn mag het verlaagde tarief echter niet meer dan 50 % lager zijn dan het normale nationale accijnstarief.
Bovendien is volgens diezelfde nationale wet de productie van ethylalcohol door particuliere distilleerders van accijns vrijgesteld tot een maximale hoeveelheid van 50 liter per jaar. Richtlijn 92/83/EEG bevat geen bepalingen over de vrijstelling van zelfgestookte ethylalcohol, zodat de Commissie van mening is dat de invoering op nationaal niveau van een vrijstelling in strijd is met de richtlijn. Mocht de Uniewetgever ruimte hebben willen laten voor die mogelijkheid, dan zou de desbetreffende bepaling uitdrukkelijk zijn opgenomen in de richtlijn. Volgens de richtlijn is accijnsvrijstelling, indien aan de voorwaarden is voldaan, slechts mogelijk voor de productie door particulieren van bier, wijn of andere niet-mousserende of mousserende gegiste dranken.
(1) Richtlijn van de Raad van 19 oktober 1992 betreffende de harmonisatie van de structuur van de accijns op alcohol en alcoholhoudende dranken (PB L 316, blz. 21).
(2) Richtlijn van de Raad van 19 oktober 1992 betreffende de onderlinge aanpassing van de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken (PB L 316, blz. 29).
Full & Egal Universal Law Academy