22.6.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 178/2
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Audiencia Provincial de Barcelona (Spanje) op 20 maart 2013 — Bright Service, S.A./Repsol Comercial de Productos Petrolíferos, S.A.
(Zaak C-142/13)
2013/C 178/02
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Audiencia Provincial de Barcelona
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Bright Service, S.A.
Verwerende partij: Repsol Comercial de Productos Petrolíferos, S.A.
Prejudiciële vraag
Moet bij de beoordeling van een verticale overeenkomst — met een niet-concurrentiebeding — die op 31 mei 2000 reeds van kracht was, aan de in verordening nr. 1984/1983 (1) vastgestelde voorwaarden voldoet en niet aan de voorwaarden voor vrijstelling van verordening nr. 2790/1999 (2) voldoet omdat de leverancier die partij is bij de overeenkomst, een marktaandeel van meer dan 30 % heeft (artikel 3, lid 1, van verordening nr. 2790/1999) en omdat de duur van het niet-concurrentiebeding vijf jaar overschrijdt en de contractgoederen door de afnemer worden verkocht in lokaliteiten en op terreinen die geen eigendom van de leverancier zijn (artikel 5, sub a, van verordening nr. 2790/1999), artikel 12, lid 2, van verordening nr. 2790/1999 aldus worden uitgelegd:
a)
dat vanaf 1 januari 2002 de overeenkomst, en in het bijzonder het niet-concurrentiebeding, niet onder de vrijstellingen van deze verordeningen (nr. 1984/1983 en nr. 2790/1999) valt en er per geval moet worden nagegaan of de overeenkomst en het niet-concurrentiebeding in overeenstemming zijn met artikel 81, lid 1, EG, dan wel
b)
dat op die overeenkomst de maximale duur van vijf jaar moet worden toegepast die in artikel 5, sub a, van verordening nr. 2790/1999 is vastgelegd voor de looptijd van het niet-concurrentiebeding, zodat voor de overeenkomst, en in het bijzonder het niet-concurrentiebeding, vanaf 1 januari 2002 een nieuwe termijn van vijf jaar geldt die eindigt op 31 december 2006, dan wel
c)
dat voor de overeenkomst die een niet-concurrentiebeding bevat, vanaf 1 januari 2002 een nieuwe termijn van vijf jaar geldt, die eindigt op 31 december 2006, wanneer de resterende geldigheidsduur van het niet-concurrentiebeding op 1 januari 2002 niet meer dan vijf jaar bedraagt, maar dat die overeenkomst niet onder de vrijstellingen valt en er per geval moet worden nagegaan of zij in overeenstemming is met artikel 81, lid 1, EG wanneer de resterende geldigheidsduur van het niet-concurrentiebeding op 1 januari 2002 meer dan vijf jaar bedraagt?
(1) Verordening (EEG) van de Commissie van 22 juni 1983 betreffende de toepassing van artikel 85, lid 3, van het Verdrag op groepen exclusieve-afnameovereenkomsten (PB L 173, blz. 5, en rectificatie PB 1984, L 79, blz. 38).
(2) Verordening (EG) van de Commissie van 22 december 1999 betreffende de toepassing van artikel 81, lid 3, van het Verdrag op groepen verticale overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen (PB L 336, blz. 21).
Full & Egal Universal Law Academy