29.6.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 189/5
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Juzgado de lo Social 1 de Benidorm (Spanje) op 16 april 2013 — Víctor Manuel Julián Hernández e.a./Puntal Arquitectura S.L. e.a.
(Zaak C-198/13)
2013/C 189/10
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Juzgado de lo Social 1 de Benidorm
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Víctor Manuel Julián Hernández, Chems Eddine Adel, Jaime Morales Ciudad, Bartolomé Madrid Madrid, Martín Selles Orozco, Alberto Martí Juan en Said Debbaj
Verwerende partijen: Puntal Arquitectura S.L., Obras Alteamar S.L., Altea Diseño y Proyectos S.L., Ángel Muñoz Sánchez, Vicente Orozco Miro en de Subdelegación del Gobierno de España en Alicante
Prejudiciële vragen
1.
Valt de regeling die voortvloeit uit artikel 57 van de wet op het Estatuto de los Trabajadores (werknemersstatuut) juncto artikel 116, lid 2, van de geconsolideerde versie van de Ley de Procedimiento Laboral (wetboek van rechtsvordering in arbeidszaken), te weten de praktijk van de overheid van het Koninkrijk Spanje om, bij insolventie van de werkgever, rechtstreeks aan de werknemers „salarios de tramitación” (loon dat verschuldigd is tijdens de procedure waarin het ontslag wordt aangevochten) te betalen vanaf het verstrijken van de 60ste (thans 90ste) werkdag na het instellen van het beroep bij de bevoegde rechter, binnen de werkingssfeer van richtlijn 2008/94/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende de bescherming van de werknemers bij insolventie van de werkgever (1), en met name onder artikel 1, lid 1, artikel 2, leden 3 en 4, en de artikelen 3, 5 en 11 daarvan?
2.
Zo ja, is de praktijk van de overheid van het Koninkrijk Spanje om, bij insolventie van de werkgever, rechtstreeks aan de werknemers „salarios de tramitación” te betalen vanaf het verstrijken van de 60ste (thans 90ste) werkdag na het instellen van het beroep, maar alleen voor ontslagen waarvan het kennelijk onredelijk karakter door de rechter is vastgesteld en niet voor ontslagen waarvan de nietigheid door de rechter is vastgesteld, in strijd met artikel 20 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (2) en in elk geval met het algemeen beginsel van gelijkheid en non-discriminatie van het Unierecht?
3.
In het verlengde van de vorige vraag: kan een rechterlijke instantie zoals de verwijzende rechter een regeling buiten toepassing laten op grond waarvan de overheid van het Koninkrijk Spanje, bij insolventie van de werkgever, rechtstreeks aan de werknemers „salarios de tramitación” kan betalen vanaf het verstrijken van de 60ste (thans 90ste) werkdag na het instellen van het beroep, maar alleen voor ontslagen waarvan het kennelijk onredelijk karakter door de rechter is vastgesteld en niet voor ontslagen waarvan de nietigheid door de rechter is vastgesteld, wanneer tussen beide soorten ontslagen geen objectieve verschillen blijken te bestaan met betrekking tot die „salarios de tramitación”?
(1) PB L 283, blz. 36.
(2) PB 2000, C 364, blz. 1.
Full & Egal Universal Law Academy