15.6.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 171/23
Hogere voorziening ingesteld op 23 april 2013 door Acron OAO en Dorogobuzh OAO tegen het arrest van het Gerecht (Achtste kamer) van 7 februari 2013 in zaak T-235/08, Acron OAO en Dorogobuzh OAO/Raad van de Europese Unie
(Zaak C-215/13 P)
2013/C 171/46
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwirantes: Acron OAO, Dorogobuzh OAO (vertegenwoordigers: B. Evtimov, E. Borovikov, avocats, D. O'Keeffe, Solicitor)
Andere partijen in de procedure: Raad van de Europese Unie, Europese Commissie, Fertilizers Europe
Conclusies
—
het arrest van het Gerecht van 7 februari 2013 in zaak T-235/08, Acron OAO en Dorogobuzh OAO/Raad van de Europese Unie, vernietigen;
—
ten gronde uitspraak doen en verordening (EG) nr. 236/2008 van de Raad van 10 maart 2008 tot beëindiging van het gedeeltelijke tussentijdse nieuwe onderzoek overeenkomstig artikel 11, lid 3, van verordening (EG) nr. 384/96 inzake het antidumpingrecht op ammoniumnitraat van oorsprong in Rusland (1) nietig verklaren voor zover deze betrekking heeft op rekwirantes;
—
de Raad verwijzen in de kosten van de procedures voor het Hof en voor het Gerecht, met inbegrip van de kosten van rekwirantes van beide instanties;
—
Fertilizers Europe als interveniënte verwijzen in de eigen kosten van de procedure voor het Gerecht, en tevens in de eigen kosten in het geval van interventie in de procedure voor het Hof, en in alle kosten die rekwirantes met betrekking tot haar interventie(s) zijn opgekomen.
Middelen en voornaamste argumenten
Rekwirantes voeren aan dat het Gerecht:
—
Artikel 2, lid 5, eerste alinea, eerste volzin, van de antidumpingbasisverordening en derhalve de overeenkomstige bepaling van artikel 2.2.1.1, eerste alinea, van de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel 1994, opgenomen in bijlage 1 A bij de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (hierna: „antidumpingcode”), onjuist heeft uitgelegd;
—
een rechtens onjuiste uitlegging en een schending van artikel 2, lid 3, van de antidumpingbasisverordening en derhalve van de overeenkomstige bepaling van artikel 2.2 van de antidumpingcode heeft bevestigd;
—
het verband tussen artikel 2, lid 5, tweede volzin, en artikel 2, lid 7, sub b, van de antidumpingbasisverordening rechtens onjuist heeft beoordeeld en derhalve een rechtens onjuiste uitlegging van de punten 3 en 4 van de considerans van verordening (EG) nr. 1972/2002 en dus van artikel 2, lid 5, eerste alinea, tweede volzin heeft bevestigd en de samenhang van laatstgenoemde uitlegging/bepaling met de antidumpingcode niet heeft gewaarborgd.
(1) PB L 75, blz. 1.
Full & Egal Universal Law Academy