7.9.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 260/19
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door Finanzgericht Baden-Württemberg (Duitsland) op 7 mei 2013 — Birgit Wagener/Bundesagentur für Arbeit — Familienkasse Villingen-Schwenningen
(Zaak C-250/13)
2013/C 260/33
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Finanzgericht Baden-Württemberg
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Birgit Wagener
Verwerende partij: Bundesagentur für Arbeit — Familienkasse Villingen-Schwenningen
Prejudiciële vragen
1)
Moet in omstandigheden zoals die in het hoofdgeding, waarin een Duitse kas voor gezinsbijslagen op 17 oktober 2012 op grond van artikel 10, lid 1, sub a, van verordening (EEG) nr. 574/72 (1) voor de periode van oktober 2006 tot en met november 2011 kinderbijslag ten belope van het verschil met de gezinsbijslagen van de Zwitserse Bondsstaat heeft toegekend en (door verrekening) uitbetaald, de omrekening van de Zwitserse gezinsbijslagen van Zwitserse frank naar euro gebeuren overeenkomstig artikel 107, lid 1, van verordening (EEG) nr. 574/72, artikel 107, lid 6, van verordening (EEG) nr. 574/72 of artikel 90 van verordening (EG) nr. 987/2009 (2) juncto besluit nr. H3 van 15 oktober 2009 (3) betreffende de in aanmerking te nemen datum voor het bepalen van de omrekeningskoersen als bedoeld in artikel 90 van verordening (EG) nr. 987/2009 (PB C 106, blz. 56)?
2)
Indien het antwoord op de eerste vraag luidt dat de omrekening geheel of gedeeltelijk moet gebeuren overeenkomstig artikel 107, lid 6, van verordening (EEG) nr. 574/72: is in de in de eerste vraag genoemde omstandigheden voor de omrekening bepalend wanneer de te verrekenen buitenlandse bijslag is betaald of is van belang wanneer de binnenlandse bijslag, waarmee de buitenlandse bijslag wordt verrekend, wordt betaald?
3)
Indien het antwoord op de eerste vraag luidt dat de omrekening geheel of gedeeltelijk moet gebeuren overeenkomstig artikel 107, lid 1, van verordening (EEG) nr. 574/72: hoe moet in omstandigheden zoals die in het hoofdgeding de referentieperiode krachtens artikel 107, leden 2 en 4, van verordening (EEG) nr. 574/72 worden vastgesteld? Is het voor de omrekening van belang wanneer het Zwitserse verantwoordelijke orgaan de te verrekenen gezinsbijslagen heeft toegekend of uitbetaald?
4)
Indien het antwoord op de eerste vraag luidt dat de omrekening geheel of gedeeltelijk moet gebeuren overeenkomstig artikel 90 van verordening (EG) nr. 987/2009 juncto besluit nr. H3 van 15 oktober 2009: op grond van welke bepaling (punt 2, punt 3, sub a, of punt 3, sub b) van besluit nr. H3 van 15 oktober en op welke wijze moeten de gezinsbijslagen worden omgerekend indien naar nationaal recht op zich geen binnenlandse gezinsbijslagen worden toegekend (§ 65, lid 1, punt 2, EStG) en deze enkel op grond van het Unierecht worden toegekend? Is het voor de omrekening van belang wanneer het Zwitserse verantwoordelijke orgaan de te verrekenen gezinsbijslagen heeft toegekend of uitbetaald?
(1) Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad van 21 maart 1972 tot vaststelling van de wijze van toepassing van verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, PB L 74, blz. 1. (geconsolideerde versie)
(2) Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, PB L 284, blz. 1.
(3) Besluit nr. H3 van 15 oktober 2009 betreffende de in aanmerking te nemen datum voor het bepalen van de omrekeningskoersen als bedoeld in artikel 90 van verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad, PB 2010, C 106, blz. 56.
Full & Egal Universal Law Academy