20.7.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 207/32
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Juzgado de lo Mercantil de Pontevedra (Spanje) op 21 mei 2013 — Pablo Acosta Padín/Hijos de J. Barreras S.A.
(Zaak C-276/13)
2013/C 207/54
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Juzgado de lo Mercantil de Pontevedra
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Pablo Acosta Padín
Verwerende partij: Hijos de J. Barreras S.A.
Prejudiciële vragen
1.
Is een regeling zoals die waarin is voorzien bij koninklijk besluit 1373/2003 van 7 november 2003 betreffende de tarieven van „procuradores de los tribunales” (procureurs), op grond waarvan voor hun vergoeding een tariefregeling of tabel wordt gehanteerd met minima die slechts met 12 % kunnen worden verhoogd of verlaagd, en waarbij de autoriteiten van de lidstaat, daaronder begrepen rechterlijke instanties, niet daadwerkelijk de mogelijkheid hebben om in geval van uitzonderlijke omstandigheden van de minimumbedragen in de wettelijke tabel af te wijken, verenigbaar met artikel 101 VWEU (voorheen artikel 81 EG juncto artikel 10 [EG]) en artikel 4, lid 3, VEU?
2.
Kan voor de toepassing van de betrokken tariefregeling zonder dat de daarin vastgestelde minima hoeven te worden toegepast, als uitzonderlijke omstandigheid worden aangemerkt het feit dat de daadwerkelijk verrichte werkzaamheden in geen verhouding staan tot het bedrag aan honoraria dat volgens de tabel of tariefregeling dient te worden betaald?
3.
Is koninklijk besluit 1373/2003 van 7 november 2003 tot vaststelling van de tarieven van procureurs verenigbaar met artikel 56 VWEU (voorheen artikel 49 [EG])?
4.
Voldoet deze regeling aan de in artikel 15, lid 3, van richtlijn 2006/123/EG (1) genoemde eisen van noodzakelijkheid en evenredigheid?
5.
Omvat artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, waarin het recht op een eerlijk proces is neergelegd, het recht om doeltreffend op te komen tegen het bedrag waarop het honorarium van de procureur wordt vastgesteld, wanneer dit onevenredig hoog is en niet beantwoordt aan de daadwerkelijk verrichte werkzaamheden?
6.
Zo ja, zijn de bepalingen van de Spaanse Ley de Enjuiciamiento Civil (wetboek van burgerlijke rechtsvordering) op grond waarvan de partij die in de kosten is verwezen niet de mogelijkheid heeft om op te komen tegen de hoogte van het honorarium van de procureur wanneer het honorarium volgens haar buitensporig hoog is en niet beantwoordt aan de daadwerkelijk verrichte werkzaamheden, in overeenstemming met artikel 6 van het Europees Verdrag?
(1) van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (PB L 376, blz. 36).
Full & Egal Universal Law Academy