3.8.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 226/3
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Juzgado de Primera Instancia de Palma de Mallorca (Spanje) op 22 mei 2013 — Barclays Bank, S.A./Sara Sánchez García en Alejandro Chacón Barrera
(Zaak C-280/13)
(2013/C 226/05)
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Juzgado de Primera Instancia de Palma de Mallorca
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Barclays Bank, S.A.
Verwerende partijen: Sara Sánchez García en Alejandro Chacón Barrera
Prejudiciële vragen
1)
Moeten richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen (1) en de gemeenschapsrechtelijke beginselen van consumentenbescherming en contractueel evenwicht aldus worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen de Spaanse hypotheekregeling op grond waarvan de hypothecaire schuldeiser wel meer zekerheden kan verlangen wanneer de taxatiewaarde van een verhypothekeerde onroerende zaak met 20 % daalt, maar de consument/schuldenaar/geëxecuteerde, in het geval van hypothecaire executie, na een afwijkende taxatie niet kan verzoeken om aanpassing van die taxatiewaarde, althans niet voor de toepassing van artikel 671 LEC (2), wanneer de taxatiewaarde met hetzelfde of een hoger percentage is gestegen in de tijd tussen de vestiging van de hypotheek en de executie ervan?
2)
Moeten richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen en de gemeenschapsrechtelijke beginselen van consumentenbescherming en contractueel evenwicht aldus worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen de Spaanse procesrechtelijke regeling betreffende hypothecaire executie op grond waarvan de schuldeiser/executant de verhypothekeerde onroerende zaak voor 50 % (thans 60 %) van haar taxatiewaarde kan verkrijgen, zodat er voor de consument/schuldenaar/geëxecuteerde sprake is van een ongerechtvaardigde sanctie van 50 % (thans 40 %) van de taxatiewaarde?
3)
Moeten richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen en de gemeenschapsrechtelijke beginselen van consumentenbescherming en contractueel evenwicht aldus worden uitgelegd dat, ofschoon het nationale procesrecht dit toestaat, sprake is van misbruik van recht en ongerechtvaardigde verrijking wanneer de schuldeiser/executant, na verkrijging van de verhypothekeerde onroerende zaak voor 50 % (thans 60 %) van de taxatiewaarde, tot algehele voldoening van de schuld om verlof tot executie verzoekt voor het openstaande bedrag, hoewel de taxatiewaarde en/of de werkelijke waarde van de verkregen zaak hoger is dan de totale schuld?
4)
Moeten richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen en de gemeenschapsrechtelijke beginselen van consumentenbescherming en contractueel evenwicht aldus worden uitgelegd dat de verkrijging van de verhypothekeerde onroerende zaak waarvan de taxatie- en/of werkelijke waarde hoger is dan de totale hypothecaire lening, leidt tot toepassing van artikel 570 LEC, dat de plaats moet innemen van de artikelen 579 en 671 LEC, zodat moet worden aangenomen dat de schuldeiser/executant volledig is voldaan?
(1) Richtlijn betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (PB L 95, blz. 29).
(2) Ley de Enjuiciamiento Civil (wetboek van burgerlijke rechtsvordering).
Full & Egal Universal Law Academy