31.8.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 252/17
Hogere voorziening ingesteld op 27 mei 2013 door Cindu Chemicals BV, Deza, a.s., Koppers Denmark A/S, Koppers UK Ltd tegen het arrest van het Gerecht (Zevende kamer — Uitgebreid) van 7 maart 2013 in zaak T-95/10, Cindu Chemicals BV e.a./Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA)
(Zaak C-289/13 P)
2013/C 252/25
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwirantes: Cindu Chemicals BV, Deza, a.s., Koppers Denmark A/S, Koppers UK Ltd (vertegenwoordiger: K. Van Maldegem, avocat)
Andere partijen in de procedure: Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA), Europese Commissie
Conclusies
—
het arrest van het Gerecht in zaak T-95/10 vernietigen; en
—
besluit ED/68/2009 van het Europees Agentschap voor chemische stoffen (hierna: „ECHA”) (hierna: bestreden besluit) waarbij antraceenolie (laag antraceengehalte) is geïdentificeerd als een stof die moet worden opgenomen op de lijst van kandidaatstoffen overeenkomstig artikel 59 van verordening (EG) nr. 1907/2006 (hierna: „REACH”) (1) nietig verklaren, of
—
subsidiair, de zaak terugwijzen naar het Gerecht voor een uitspraak over rekwirantes’ vordering tot nietigverklaring, en
—
verweerder verwijzen in de kosten van deze procedure (waaronder de kosten bij het Gerecht).
Middelen en voornaamste argumenten
Rekwirantes stellen dat het Gerecht het gemeenschapsrecht heeft geschonden door hun vordering tot gedeeltelijke nietigverklaring van het bestreden besluit af te wijzen. Inzonderheid voeren zij aan dat het Gerecht de op hun situatie toepasselijke bepalingen op een aantal punten onjuist heeft uitgelegd. Dit had tot gevolg dat het Gerecht op een aantal punten blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, in het bijzonder door te oordelen dat:
—
de zaak betrekking had op ingewikkelde wetenschappelijke en technische feiten en dat de identificatie van antraceenolie (laag antraceengehalte) als een stof met PBT- en zPzB-eigenschappen op basis van de bestanddelen ervan met een concentratie van minstens 0,1 %, niet kennelijk onjuist was;
—
de bestanddelen niet specifiek moeten worden geïdentificeerd als bestanddelen met PBT- of zPzB-eigenschappen door een afzonderlijk besluit van ECHA op basis van een daartoe verrichte uitgebreide beoordeling;
—
artikel 59, lid 3, van, en bijlage XV bij REACH niet waren geschonden omdat geen informatie over alternatieve stoffen was opgenomen in het dossier overeenkomstig bijlage XV; en
—
het beginsel van gelijke behandeling niet was geschonden.
Op deze gronden stellen rekwirantes dat het arrest van het Gerecht in zaak T-95/10 moet worden vernietigd en het bestreden besluit nietig moet worden verklaard.
(1) Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy