20.7.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 207/34
Hogere voorziening ingesteld op 30 mei 2013 door El Corte Inglés, S.A. tegen het arrest van het Gerecht (Vierde kamer) van 20 maart 2013 in zaak T-571/11, El Corte Inglés/BHIM — Chez Gerard (CLUB GOURMET)
(Zaak C-301/13 P)
2013/C 207/57
Procestaal: Spaans
Partijen
Rekwirante: El Corte Inglés, S.A. (vertegenwoordigers: J. L. Rivas Zurdo en E. Seijo Veiguela, abogados)
Andere partij in de procedure: Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) (BHIM)
Conclusies
—
het arrest van het Gerecht van 20 maart 2013 in zaak T-571/11 in zijn geheel vernietigen;
—
de tegenpartij(en) die zich verzet(ten) tegen deze hogere voorziening, verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
1. Schending van het rechtszekerheidsbeginsel en van het vertrouwensbeginsel
Het rechtszekerheidsbeginsel vereist „een ondubbelzinnige formulering, die de betrokkenen op duidelijke en nauwkeurige wijze in kennis stelt van hun rechten en plichten”. Dit beginsel hangt samen met het vertrouwensbeginsel, dat wijst op de noodzaak om administratieve beslissingen die afwijken van eerdere beslissingen die bij de adressaten ervan een gewettigd vertrouwen kunnen doen ontstaan, te motiveren.
De door de Spaanse rechterlijke instanties gevolgde praktijk met betrekking tot Spaanse sloganmerken (die zijn ingeschreven toen de richtsnoeren van 1997 golden) is duidelijk in strijd met de communautaire administratieve handelingen in het kader van oppositieprocedure B 877 714 en met het arrest van het Gerecht van 20 maart 2013 in zaak T-571/11: daar de oppositieafdeling twijfels had met betrekking tot de formulering van het oudere merk had zij deze moeten wegwerken door het Spaanse octrooi- en merkenbureau te verzoeken om een precisering ter zake of had zij rekwirante moeten verzoeken om opmerkingen te formuleren ter verdediging.
2. Kennelijk onjuiste beoordeling van de voorgeschiedenis van het geding
Volgens het arrest staat vast dat het oppositiemerk is ingeschreven voor klasse 35 ter bescherming van diensten van een reclamezin, gebruikt als een slogan bij de verhandeling, het gebruik of de exploitatie van waren van de klassen 29, 30, 31, 32, 33 en 42, en dat het BHIM op de hoogte was van zijn eigen beslissing van 17 juli 2006 waarin rekening werd gehouden met de richtsnoeren voor het onderzoek van sloganmerken van het Spaanse octrooi- en merkenbureau van 11 november 1997, en van de arresten van het Spaanse Tribunal Supremo van 25 februari 2004 en 30 mei 2008.
Rekwirante voert aan dat wanneer van een partij wordt geëist dat zij aanvoert en bewijst dat de bescherming van haar oudere merk zich uitstrekt tot dezelfde waren als die waarop de aanvraag betrekking heeft, blijk wordt gegeven van een kennelijk onjuiste beoordeling, aangezien dit erop neerkomt dat gelijkheid in toepassing wordt geëist. Bijgevolg blijft door de onjuiste beoordeling van het bewijsmateriaal en van de feiten de belangrijkste vraag onbeantwoord: artikel 8, lid 1, sub b, van verordening nr. 207/2009 (1).
3. Ontoereikende motivering van het bestreden arrest
In het bestreden arrest wordt het belang (punt 35) erkend van het arrest Atomic (2), dat van toepassing is wanneer het BHIM reeds beschikt over aanwijzingen inzake het nationale recht (punt 41); dit is tegenstrijdig, aangezien het dan niet ambtshalve van toepassing is.
In punt 45 wordt gesteld dat voor het BHIM geen argumenten kunnen worden aangevoerd die in andere procedures voor datzelfde BHIM werden aangevoerd, zonder evenwel te preciseren waarom dit het geval dient te zijn.
Het nalaten om een vergelijkende analyse van de merken te verrichten, de echte grond (punt 55), ontneemt rekwirante elke mogelijkheid van verweer.
4. Verwarringsgevaar
Het Gerecht heeft de rechten van verdediging van rekwirante geschonden door geen uitspraak te doen over het verwarringsgevaar overeenkomstig artikel 8, lid 1, sub b, van verordening (EG) nr. 207/2009. Tot de in de punten 19 tot en met 22 van het verzoekschrift uiteengezette middelen behoort hoofdzakelijk de onjuiste beoordeling van het verwarringsgevaar. Overeenkomstig de rechtspraak dient het verwarringsgevaar bij het publiek globaal te worden beoordeeld, met inachtneming van alle relevante factoren van het concrete geval.
(1) Verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad van 26 februari 2009 inzake het gemeenschapsmerk (PB L 78, blz. 1).
(2) Arrest van het Gerecht van 20 april 2005, Atomic Austria/BHIM — Fábricas Agrupadas de Muñecas de Onil (ATOMIC BLITZ), T-318/03, Jurispr. blz. II-1319.
Full & Egal Universal Law Academy